Het Verhaal der Lage Landen

Kortverhalenwedstrijd

1 September 2009
CJP

CJP Vlaanderen, CJP Nederland en deBuren organiseerden voor de derde keer Het Verhaal der Lage Landen, de kortverhalenwedstrijd die het begin van je literaire carrière kan betekenen!

Tussen 1 september en 28 oktober 2009 stuurden meer dan 350 jongeren uit Vlaanderen en Nederland hun verhaal in voor de kortverhalenwedstrijd Het Verhaal der Lage Landen.

De Vlaamse longlistjury, die bestond uit Willem Bongers (deBuren), Belle Kuijken (Querido Vlaanderen), Ilke Froyen (Het Beschrijf) en Rune Buerman (Stichting Lezen), selecteerde de tien beste Vlaamse inzendingen. Samen met de 10 beste Nederlandse inzendingen vormen deze verhalen de longlist.

Uit deze longlist selecteerde de shortlistjury, bestaande uit Pieter Aspe, Herman Koch, Greet Op de Beeck en Hanneke de Klerck de drie beste verhalen. Tijdens de grote finale op zaterdag 7 november 2009 op de Boekenbeurs werden de top 3 voorgelezen, waarna het aan het aan alle aanwezige deelnemers was om de winnaar van Het Verhaal der Lage Landen te bepalen.

Het publiek koos uiteindelijk voor De voorlaatste dag van Adriaan Kuipers. Adriaan sleepte de hoofdprijs in de wacht en won de reischeque van deBuren ter waarde van € 1000 voor een reis naar een stad met een rijk literair verleden, een luxepakket Radioboeken, de Leeslijst van Stichting Lezen en tal van publicatiemogelijkheden.

Ook de andere twee kandidaten op de shortlist, Mathijs Duyck met het verhaal Doolhoofd en Sarah Hendrickx met het verhaal Glimlach gingen niet met lege handen naar huis. Zij kregen een luxepakket Radioboeken en de Leeslijst van Stichting Lezen. 

 

1. De voorlaatste dag - Adriaan Kuipers

Beluister dit verhaal voorgelezen door Hanneke de Klerck

 

Het was een ochtend als geen andere. Oskar had net het voorlaatste streepje van zijn muur gegomd en ging gewoontegetrouw koffie zetten. Dat voorlaatste streepje had hij nog gedaan, maar vandaag was hij zeker, zekerder dan ooit tevoren. En dus stond hij nu wat te lonken, voor het raam, zo kon hem zelfs tussen twee lonken door niets gebeuren. “Want gevaar komt altijd langs achter!” dacht hij uit ervaring. En dat gevaar zou hij dan in de reflectie zien.
Hij dacht veel, die Oskar. Niet ongezond veel, maar toch altijd minstens een hoofd vol. Zo dacht hij net nog aan de kooktemperatuur van vloeibare rietsuiker, maar was daar door de beperktheid van zijn thermostaat al gauw vanaf gestapt.
Door dat vele denken, wist Oskar ook opvallend veel meer dan u en ik gemiddeld doen. Hij wist bijvoorbeeld als enige dat na morgen de wereld zou vergaan, dat had hij nog geweten, maar vandaag was hij zeker, zekerder dan ooit tevoren.
Eens doorgelopen goot Oskar de koffie weg, verwijderde de filter en liet een portie vers water door het apparaat gaan. Dat verzamelde hij in een fles die dan recht de koelkast in ging, op de plek waar net nog een andere fles had gestaan die hij voor de gelegenheid had weggehaald. Koud water met koffiesmaak, anderhalve liter. Het was nog steeds zijn beste uitvinding ooit.
Anderhalve liter per dag was ideaal, had hij jaren geleden eens berekend aan de hand van minutieus verzamelde statistieken. Zo had hij wekenlang met een soort condensator rondgelopen die de vochtigheidsgraden van in- en uitgeademde lucht grondig met elkaar vergeleek, al het vocht dat extra werd uitgeademd omzette in zijn vloeibare variant en opsloeg in een reservoir. Dat reservoir werd dan iedere dag om drie over vier leeggemaakt en uitgedroogd. Alle vloeistof werd opgemeten, in een bokaal overgebracht en gearchiveerd, samen met een grafiek die de luchtvochtigheid van de des betreffende laatste 24 uren weergaf. Ook urine en uitwerpselen werden minutieus onderzocht. En met een complexe berekening, waarvoor hij drie professoren van verschillende universiteiten aangeschreven had, wist men aan te tonen dat de dagelijkse hoeveelheid transpiratie van een niet sportman nagenoeg gelijk was aan de opgenomen hoeveelheid vocht bij een ochtendlijke douche van ongeveer tien minuten met water aan lichaamstemperatuur.
Alle gegevens samengebracht kwam men op exact anderhalve liter uit.
Hoewel er duidelijk een fout op de berekeningen zat, zo werd er geen rekening gehouden met verdamping via de oogbol, tranen of zelfs eventueel lopende neuzen, was het toch verantwoord te stellen dat anderhalve liter water voor hem de ideale hoeveelheid was op een dagelijkse basis.
Mits droog brood vermeden werd, uiteraard.
Zo was hij wel, die Oskar. Op zoek naar waarheid, en er graag op zen minst heel erg dichtbij. Hij had iets met waarheid, meer ‘een’ dan ‘de’.
“Ieder heeft z’n eigen waarheid.” Simba had het niet geloofd, maar Oskar wist wel beter.
‘De voorlaatste dag.’ Stilaan drong het tot hem door. De voorlaatste dag is de moeilijkste, ook dat was één van die dingen die hij naar alle waarschijnlijkheid als enige ten volle besefte. De laatste dag is vol van laatste keren en heeft iedereen dus onderbewust al ver op voorhand gepland. Een laatste keer de liefde bedrijven, een laatste keer barbecueën, een laatste keer het gras maaien. Voorlaatste keren, dat zou niet werken.
Vandaag was dus een dag als een andere, maar wel de laatste. Dat had hij nog gedacht, maar vandaag was hij zeker, zekerder dan ooit tevoren.
In die wetenschap zocht Oskar met nog meer ijver dan anders naar paradoxen, of één om te beginnen. ‘De paradox van Oskar.’ Het stond hem wel, dacht hij. Voorlopig zonder succes. Al dacht hij er dicht bij te zijn door zijn kamer iedere dag in spiegelbeeld te zetten en zo van de weerspiegeling de werkelijkheid te maken.
Maar misschien was dat dan weer vooral metaforisch, en metaforen dragen geen naam.
Oskar deed niets anders dan hij op andere dagen zou doen, maar deed alles met net dat beetje meer overtuiging. Vandaag zou de beste dag van zijn leven worden.
Na alweer een bijzonder vruchteloze zoektocht begon hij voor de voorlaatste keer aan zijn ontbijt. Wit brood, zonder de hoekige korstdelen. Want die waren gevaarlijk. En een dikke gele pil, anders zou hij steeds vergeten waar hij zijn potloden achterliet. Het smaakte, dat moest ook wel, een voorlaatste ontbijt dat niet gesmaakt had, zou zonde zijn. Dus het smaakte.
De rest van de voormiddag zou hij verder werken aan zijn project voor een betere wereld. Het was een soort zandbak, rond en in het midden van zijn kamer. Net groot genoeg om overal van aan de rand bij te kunnen. ‘Aardbak’ eigenlijk, daar drukte hij op. Hij had er jaren in gewerkt naar een miniatuur versie van vele planten. Grassen, bloemen, onkruid, struiken en uiteraard bomen. Op bonsai schaal. Inclusief riviertjes, watervallen, bergketens met vulkanische activiteit, zelfs aan grondstoffen en groene energie had hij gedacht.
Voorlopig werd zijn ‘aardbak’ alleen bewoond door drie kolonies pijnloos ontvleugelde vliegen en één familie dwergkruisspinnen die door inteelt een variabel aantal poten telde. Jager en prooi, dat was een voornaam evenwicht, en vliegen eten alles.
Maar op termijn had hij gedacht om, via een doorgedreven dwerggentherapie op opeenvolgende generaties dieren, van iedere soort een miniatuurversie te kweken en niet zo zeer zijn aardbak, maar dus op termijn de hele wereld daarmee te bevolken. Inclusief miniatuurmensen. Dat was zonder twijfel de meest efficiënte vermindering van onze ecologische voetafdruk. Alles op normale grote moest uiteraard volledig vernietigd worden en bonsai planten waren de garantie op een blijvende suprematie van ons als mensheid.
Totnogtoe was het experiment een allesomvattend succes, maar voor de volgende stap had hij universitaire hulp nodig en de academische wereld was niet bepaald wild van zijn dwerggentherapie.
Het was, wist hij, nochtans de enige oplossing.
 Een blik ravioli na het middaguur ging hij gewoontelijk wandelen, dus ook vandaag nog. Hij zocht de hondvrije paden op. Honden waren als schepping een vergissing geweest. Hij zou hen speciaal één extra generatie meer dwerg maken zodat ze vanaf dan in een rechtstreekse confrontatie met een voor dat moment gemiddelde kat altijd het onderspit zouden moeten delven en uiteindelijk zich, in het kader van de evolutie, zouden moeten aanpassen tot sympathieke wezens. Of ze zouden misschien gewoon uitsterven, daar lag hij niet wakker van.
De wandeling had zijn doel niet gemist. Dat deed ze eigenlijk nooit, maar vandaag, nog meer dan anders, was hij er rustig van geworden. Hij had wel drie nieuwe, volmaakt unieke schoenveterknopen ontdekt. Zijn collectie, zonder twijfel de meest uitgebreide binnen de Europese unie, bleef groeien. Elke unieke knoop diende fotografisch vastgelegd te worden. Hij deed dat steevast met een polaroid, om eventueel verlies bij een foute ontwikkeling te voorkomen. En hij vroeg telkens de man of vrouw in kwestie de foto te signeren. Zelf schreef hij dan datum, plaats en uur op de achterzijde. Kinderknopen, dat was geweten, telden niet mee. Na de wandeling werd de foto dan geklasseerd. Het aantal lussen, knoop- en veterdikte waren daarin de voornaamste parameters. Lusloze knopen bleken het zeldzaamst.
’s Avonds at hij de rest van zijn brood, volledig korstenloos. Korsten waren moeilijk te verteren en vroegen dus meer verteringsenergie. Een deel van die vertering zou uiteraard pas in zijn slaap gebeuren en slapen doen wij om energie te herwinnen. Al slapend korsten verteren was dus, naast verspilling, een te vermijden contradictie. En iets waar hij bijgevolg nooit op betrapt zou worden
Tegen tienen nam hij zijn rode pil zodat hij ook morgen nog zou weten waar hij zijn potloden gelegd had en een twintigtal minuten later viel hij steevast als een blok in slaap. Rond elf uur kwam zij dan zijn kamer binnen, in een witte jas, met een vers wit brood, een dikke gele en een nieuwe rode pil. Ze sloot de gordijnen en trok een tweede streepje op de muur.
De volgende ochtend was een ochtend als geen andere. Oskar gomde het voorlaatste streepje van zijn muur en ging gewoontegetrouw koffie zetten. Dat voorlaatste streepje had hij nog gedaan, maar vandaag was hij zeker, zekerder dan ooit tevoren.

 

 

2. Doolhoofd - Mathijs Duyck

Beluister dit verhaal voorgelezen door Herman Koch

 

Van ver leek alles net hetzelfde als vroeger: brievenbus, oprit, huis. Alleen de voortuin lag er wat onverzorgd bij, de klimop groeide weelderig en had haar tentakels om de notelaar geslagen. Victor wandelde de oprit op. De glazen voordeur was beslagen en het zicht op de inkomhal was wazig. Hij belde aan.       
De deur ging open en hij stond oog in oog met een imposante man op leeftijd. De man droeg een wit hemd, een bruine broek en zwarte mocassins. Zijn wanordelijke grijze haardos had zich teruggetrokken op zijn achterhoofd en liet het grootste deel van zijn schedel kaal achter. De man glimlachte, krabde niet-begrijpend aan zijn baard en vroeg vriendelijk:
    -Kan ik u helpen, meneer?
Hij herkende hem niet.
Achter hem opende een vrouw een deur en beëindigde zo de bevreemdende ontmoeting.
    -Victor! Blijf toch niet in de kou staan... geef uw jas maar aan uw vader. Theo, ik heb u daarnet toch nog gezegd dat hij vandaag kwam eten? Kom eens bij mij, jongen. Het is altijd te lang geleden, ge komt te weinig naar huis. Hoe is het in Gent? En met dingske, Lana, Lena? Ik weet haar naam niet meer. Ge ziet er mager uit, eet ge wel genoeg? Allez, ik zal er maar niet naar vragen zeker. Wat steekt er uit uw tas? Weer een halve fles wijn? ’t Is maar te hopen dat ge die gisterenavond gekraakt hebt en niet van de morgen. Sorry als ik teveel praat, jongen, ik zie u gewoon zo weinig en het is hier soms zo stil. Theo...
    Ze keek in de living. Haar man stond naar een kader aan de muur te kijken. Met een trieste glimlach zei ze:
    -Gisteren was hij helder, ge had erbij moeten zijn. We zijn gaan wandelen. Hij heeft me zelfs dingen verteld die ik vergeten was, over u, over ons, over vroeger... En vanmorgen dan weer slechter. Het is niet gemakkelijk.
Ze zweeg even en voegde toen haastig toe:
-Maar mij herkent hij altijd, ik ben er zéker van.
Victor knikte. Hij was er graag bij geweest.
    -Kom maar aan tafel, alles is klaar.
    Terwijl ze aten, praatte zijn moeder honderduit, over kennissen, artikels uit de Humo en over zijn vader, die naast hem zat te eten. Telkens wanneer hij zijn naam hoorde, keek Theo even op, waarna hij zijn ogen terug op zijn bord richtte. Victor aanschouwde zijn vader. De man die zwijgend naast hem zat te eten, was een verslagen titaan.
Gekookte aardappelen, boontjes en gehaktballen. Victor wilde commentaar te geven op de droge combinatie, maar een zeldzaam gevoel van schaamte legde hem het zwijgen op. Het ging helemaal niet om het eten.
Hij concentreerde zich terug op de monoloog van zijn moeder.
    -Hebt ge de inhuldiging van de Amerikaan gevolgd op tv? ’t Was zo ontroerend. Theo en ik hebben het helemaal gezien. Al dat volk, al die hoop...
    -’t gaat niks veranderen, mama. De wereld is te zwaar, niemand kan hem nog dragen en als ge het probeert, breekt ge uw rug. En anders breekt iemand anders hem wel. Hij kan het allemaal nog zo goed bedoelen, hij is maar een mens en dat gaan ze hem nog kwalijk nemen.
    -Dat ge zo’n zwartkijker geworden bent, jongen...
    Ze glimlachte.
    Hij spoelde een droge hap door met een slok wijn. Ze had gelijk en hij wist het, alleen zou hij het nooit toegegeven hebben. De mantel van onverschilligheid die hij zich had aangemeten, was te comfortabel. Of was het te koud buiten?
    Zijn moeder hervatte de poging tot gesprek.
    -En op uw werk?
    -Gewoon. Goed.
    -Interessante opdrachten?
    -Vanalles. Veel werk.
    Victor praatte niet graag over zijn werk, zeker niet met zijn moeder. Hij was een jaar geleden als copywriter beginnen werken, op zoek naar financiële onafhankelijkheid. Wat hij moest doen, deed hij goed en de mensen op zijn werk dachten zelfs dat hij het graag deed. Taal was een middel, een gereedschap waarmee hij werkte en waar hij geld mee verdiende. Hij weefde netten van zinnen en ving er consumenten mee. Taal was hol, zei alles en niets. Het werk had hem zwijgzaam gemaakt.
    Nadat ze samen de tafel hadden afgeruimd, deed Theo alleen de afwas. Overal in de keuken hingen briefjes, opdat hij zou weten waar hij de dingen moest opbergen.
    Victor keek intussen naar de kaders aan de muur. Het hele huis hing vol met werken die Theo nooit had willen verkopen. Langzaam wandelde hij rond en bekeek de portretten, etsen, schilderijen en collages. Stuk voor stuk stonden ze op zijn netvlies gebrand. Hij had er vroeger nooit bij stilgestaan, ze waren er altijd geweest, zoals de muren, maar sinds de ziekte leken de werken te spreken. Het was alsof hij rondliep in het hoofd van zijn vader: hij zag zijn gedachten, zijn angsten en zijn verlangens, hij voelde zijn herinneringen. Tussen een gescheurde hemel en een gestileerde ets van een man op een bank bemerkte hij twee leemten die er voorheen niet waren.
    -Mama, waar zijn zijn zelfportretten?
    -Ik moest ze van de muur halen, hij wou ze niet meer zien. Hij zei dat ze vals waren.
    Achter de keukendeur hoorden ze geneurie en het metalen geluid van iets dat op de grond viel. Victor wilde gaan kijken, maar zijn moeder gebaarde hem te blijven.
    -Bijna alles is onbreekbaar, zei ze zacht.
    Hij keek haar aan. Ze leek gekrompen. De gedachte dat hij zich ooit aan haar been vastklampte of zich verschool in haar schoot, was plots absurd.
    -Mama, is het niet te zwaar om voor hem te zorgen?
    Eva keek haar zoon in de ogen.
    -Ik weet dat ik er moe uitzie.
Ze keek naar haar man, doorheen de keukendeur.
-Hij... hij is niet moe. ’s Morgens zie ik hem soms kijken naar de rimpels op zijn handen. Dan probeert hij zijn verbazing te verbergen maar ik ken hem, waar zijn hoofd ook mag dwalen. Hij weet niet meer dat hij oud is. Ik wel. Ik ben oud en ik ben moe, Victor, ik sleep twee geheugens mee.
-Er zijn plaatsen...
Zijn moeder onderbrak hem.
    -Nooit! Ja, ik ben moe, maar ik laat hem niet achter. Zo zal het zijn.
    Ze staarde naar een foto op de kast. Theo en Eva in een bos, dertig jaar geleden. Ze was mooi, hij was goddelijk. Ze schudde het hoofd.
    -Ge weet niet hoe hij was, Victor. Hij hield van mij zoals van alle vrouwen, en wij van hem, zijn aantrekkingskracht was dwingend en liet ons geen keuze. De Schepper en zijn werk. Zijn handen... alles wat hij aanraakte werd goud. Ook wij, als hij ons aanraakte. En uit al die levende standbeelden die hunkerden naar zijn blik en zijn vingertoppen heeft hij mij gekozen. Ik mocht hem liever zien dan de anderen en daarom zal ik tot het einde van mijn dagen bij hem blijven.
    Victor was onder de indruk. Hij had altijd gedacht dat ze elkaar gevonden hadden en dat daarbij de rest van de wereld verbleekte. Zo ging het toch met alle ouders? Hadden ze het hem zo niet verteld?
    Ondertussen was de afwas gebeurd en stond de keukendeur terug open. Count Basie jamde er op los. Zijn vader stond met zijn rug naar hem gekeerd. Hij staarde naar één van zijn werken, de Sirene. Het was een kleurrijke collage, een echo van eeuwen kunst. Allerlei kleine stukjes uit wereldberoemde werken vormden samen een mozaïek waaruit het gelaat van een meisje opdoemde. Ze was volmaakt, niet mooi maar tijdloos. Zo stond hij dus elke dag vergeefs te staren naar zijn eigen werken. Hij kon ze niet meer vatten, zijn hoofd zat op slot. Misschien was het een vaag gevoel van herkenning, een lauwe déjà vu die hem telkens weer naar de doeken stuwde. Of misschien keek hij ernaar zoals dieren in een spiegel keken, met verbazing, gevolgd door het niet te plaatsen besef dat de weerkaatsing in het glas de hunne is.
    Victor aarzelde. Even had hij de oprechte intentie om te blijven, om de tikkende weektijd even naast zich neer te leggen en enkele dagen op te gaan in het inmiddels eeuwig stille schouwspel dat zich in het huis van zijn kindertijd afspeelde. Maar ook dat ging voorbij.
Hij legde zijn hand op de schouder van zijn vader.
    -Papa, ik moet vertrekken.
    In gedachten zat hij alweer uren op de trein. ’t Was zonde van de tijd.

 

3. Glimlach - Sarah Hendrickx

Beluister dit verhaal voorgelezen door Greet Op de Beeck

 

Ik hou ervan om naar mensen te gluren. Mijn raam kijkt uit op een drukke winkelstraat, en er is niets wat ik liever doe dan naar buiten staren. Iedereen die langs mijn raam loopt heeft een leven, een familie en een stapel dromen en zorgen… Door me hen voor te stellen steel ik een beetje van hun bestaan, maak voor enkele minuten hun wereld de mijne. Dan beeld ik me in dat ik daar verliefd voor de winkel vol handtassen sta, en dat ik me naar huis haast, op weg naar een gezin dat ongeduldig zucht wanneer ze merken hoeveel ik weer heb gekocht...
Ik kan het niet laten om te glimlachen wanneer ik een man met een kind zie. Hij kijkt gekweld, zoals alleen de vader van een vijfjarige kan kijken, terwijl zijn zoon vol enthousiasme naar de speelgoedwinkel wijst en een hele symfonie in gejammer begint wanneer vaderlief er straal voorbijloopt. De herrie is een goede aandachtstrekker: de hele straat kijkt om, zelfs de muzikant heft zijn hoofd even. Alleen de vader lijkt doof. Het duurt een hele tijd voordat het gebruikelijke lawaai van winkelende mensen het gezeur overstemt.
Kinderen. Ik had er vroeger ook een, meen ik me te herinneren. Ik vraag me vaag af wat er met haar gebeurd is. Het laatste nieuws dat ik van haar kreeg was dat ze nu in een nieuwe winkel werkte, ergens aan de andere kant van de stad.
Mijn aandacht wordt afgeleid door een hand die mijn arm aanraakt. Het is Sophie, die voor een keer niet glimlacht. Ze helpt me uit mijn kleren, en trekt me wat nieuws aan. Het is een leuk ensemble met bolletjes. Ik glimlach, maar haar gezicht blijft nors. Ze heeft vast weer ruzie met haar vriend - bolletjestruien kunnen geen liefdesproblemen oplossen, hoe geweldig ze ook zijn.
Sophie laat me aan het raam achter en gaat verder aan het werk. Ik hoor haar mopperen tegen haar GSM. "Dat moet hij zelf weten. Nee, het zit me tot hier. Vind je dat nu normaal?"
Ik hoor haar graag praten, want dan voel ik me minder alleen. Soms komen er nog wel andere mensen me bezoeken, maar ze kijken alleen rond, of spreken tegen Sophie of mijn andere verzorgster, Anita. In het begin ergerde ik me eraan, maar mettertijd raak je eraan gewend. Ik herinner me niet dat het ooit anders was.
Het begint te regenen. De mensenmassa vlucht de winkels in en duikt onder afdaken. Terrasjes lopen leeg, paraplu's worden bovengehaald. Mijn blik valt op een gezin van vier die net uit de parkeergarage opduiken: slechte timing. De twee dochters lijken de zondvloed wel goed op te nemen en rennen op hun sandalen naar de dichtsbijzijnde winkel waar ze paraplu's verkopen. De ouders wisselen een blik. Ik stel me voor wat ze tegen elkaar zeggen: rotweer. Net nu we eens weg wilden gaan. Ik denk dat het opklaart? In je dromen. We kunnen beter terug naar huis, met dit weer is er niks aan. Hebben we een uur voor niks gereden?
Ik glimlach om de dochters, die gewapend met een knaloranje paraplu naar buiten stappen.
"Wat? Ben je zeker? Verdomme, ik wil helemaal niet dat die rotzak naar hier komt! Ik ben aan het werk, ik heb geen tijd -"
Sophie is nog altijd aan de telefoon, hoor ik. Ik vraag me weleens af of ze dat ding ooit uitzet.
Het gezin is blijkbaar tot een besluit gekomen. Met z'n allen lopen ze naar het restaurantje vlakbij de parking, waarschijnlijk in de hoop dat het snel ophoudt met regenen. Wanneer ze mijn raam passeren zie ik dat de oranje paraplu al doorweekt is, zo erg dat hij begint te lekken. Hun optimisme is aanstekelijk: ik betrap mezelf erop dat ik de lucht afspeur, op zoek naar een plekje blauw.
Ik hoor iemand binnenkomen, gevolgd door het geluid van Sophie die haar GSM neersmijt. "Wat doe jij hier?"
"We moeten praten, Sophie. Laat me het uitleggen."
"Ga weg. Ik ben aan het werk."
"Dat kan me niks schelen."
"Ik roep -"
"Sophie, alsjeblieft. Ik kan alles uitleggen, echt waar."
Ik laat mijn gedachten afdwalen. Sophies leven is interessant, maar ik ken haar verhaal. Om de paar weken hoort ze dat haar lief weer te hard gefuifd heeft, of dat hij met een ander meisje is weggeweest zonder het haar te vertellen. Dan volgt de oorlog, van twee dagen tot een week, waarna hij hier opduikt en ze zoveel tegen elkaar schreeuwen dat de mensen op straat door mijn raam komen gluren. Ik glimlach dan maar, als om te zeggen dat het allemaal niet zo ernstig is. Als het geschreeuw ophoudt vallen ze elkaar in de armen, en is alles weer koek en ei. Dat is de liefde, blijkbaar. Ik zou het niet weten: ik herinner me niet of ik ooit verliefd ben geweest.
Een van de meisjes met de oranje paraplu steekt voorzichtig haar hoofd naar buiten, en vlucht dan weer het restaurant in. Het is niet opgeklaard: zelfs de straatmuzikant geeft zich gewonnen en verlaat zijn plekje aan de parkeergarage. Met dit weer zijn de mensen niet vrijgevig.
Ik hoor dat het staakt-het-vuren nabij is: achter me heerst de bedrijvige stilte van twee monden die wat beters te doen hebben dan schreeuwen. Ik glimlach. Zo voorspelbaar. Soms vraag ik me af of ze wel weten dat ik alles hoor, zelfs de stiltes.
Een oranje paraplu bloeit open in de grijze straat. Twee gezichten turen er onderdoor. Ik zie sandalen neerkomen in een plas, en ik kan me zo voorstellen wat het meisje zegt. De ouders duiken ook op, en zetten meteen koers naar de parkeerplaats. Tot zover hun uitje. Misschien zie ik ze nog eens terug: dat zou leuk zijn. Ik hoop dat ik me hen nog herinner - ik hou er niet van om dingen te vergeten. Ik zit hier al zo lang, eenzaam voor mijn raam: mijn gedachten zijn het enige wat ik heb.
"Shit!" Iemand botst tegen me op, en ik val op de grond. Mijn bolletjestrui vangt de schok niet helemaal op. Ik hoor Sophie mopperen: "Kan je niet uitkijken waar je loopt?"
"Sorry hoor," antwoordt haar vriend. Hij trekt mij recht, met een beetje hulp van Sophie.
"Ga nu maar, voor mijn baas ervan hoort. Ik heb al gezegd wat ze van je bezoekjes vindt."
"Ik ga al. Tot straks?" Een zoen. "Nog sorry voor die paspop."
"Die kan er wel tegen. Tot straks."
De winkelbel rinkelt wanneer hij naar buiten gaat. Ik glimlach: want wat kan ik anders?

Delen op Facebook

Reacties

afbeelding van heureuse

Hoi!Ik zou graag deelnemen

Hoi!

Ik zou graag deelnemen aan de wedstrijd, maar ik heb een klein probleempje: Ik ben niet echt een held in computers... Ik kan dat pdf.bestand niet ingevuld opslaan, op welke manier kan ik die ingevulde versie dan opsturen?

Il ne faut pas grand-chose pour être heureux ...

afbeelding van Margot Van den Bergh

Hallo! Het invuldblad is

Hallo!

Het invuldblad is inderdaad niet zo gemakkelijk! We passen de manier van deelname aan: stuur gewoon al je gegevens in een apart Word-document mee en wij zorgen voor een eigen codering die anonimiteit garandeert. Je moet dus geen eigen code meer bedenken. Groetjes, Margot

afbeelding van Pieter-JanL

Waar kan ik het reglement

Door Pieter-JanL (niet geverifiëerd) op

Waar kan ik het reglement terugvinden?

vriendelijke groeten

afbeelding van Pieter Delafortrie

Hey Pieter-Jan,Het reglement

Hey Pieter-Jan,

Het reglement was even van de site verdwenen, maar dat probleem moet bij deze zijn opgelost.

Pieter @ CJP

Stay calm, CJP has taken over.

afbeelding van Anonieme bezoeker

Ik ben een beetje in de war,

Door Anonieme bezoeker (niet geverifiëerd) op

Ik ben een beetje in de war, op de cjp site lees ik dat het verhaal maximaal maar 1500 worden mag bevatten. hier lees ik dat het maar tot 1400 gaat. en waneer is de deadline precies? want die is ook verwarrend.

dankje.

afbeelding van Margot Van den Bergh

Hallo, Als deelneemt in de

Hallo, Als deelneemt in de Vlaamse voorronde mag je verhaal maximaal 1400 woorden tellen. De deadline voor inleveren is woensdag 28 oktober vóór 9u 's morgens. Lees zeker even het reglement na, daar staat alles nog eens duidelijk op een rijtje. Veel succes! Groetjes, Margot @ CJP

afbeelding van Anonieme bezoeker

Ik heb me ingeschreven, maar

Door Anonieme bezoeker (niet geverifiëerd) op

Ik heb me ingeschreven, maar ik had nog twee vraagjes: krijg je een bevestigingsmailtje of je verhaal is aangekomen? En als je in nederland woont kan je het dan ook naar hetverhaal@cjp.be sturen? want dat heb ik namelijk gedaan. Dank u wel

afbeelding van Margot Van den Bergh

Hallo, Je mag zelf kiezen

Hallo, Je mag zelf kiezen voor welke voorronde je je verhaal toestuurt (Nederland OF Vlaanderen). Als we je verhaal goed hebben ontvangen, krijg je steeds een bevestigingsmailtje.

Veel succes! Groetjes, Margot @ CJP

afbeelding van chow kwok kuen

ik zal ook eens meedoen,

Door chow kwok kuen (niet geverifiëerd) op

ik zal ook eens meedoen, maar ik zal er wss neit teveel van moeten verwachten

afbeelding van Anonieme bezoeker

Hey,Is het toegestaan om een

Door Anonieme bezoeker (niet geverifiëerd) op

Hey,

Is het toegestaan om een verhaal in te sturen dat nog geen hoofdprijs gewonnen heeft, maar wel al in de top drie van een voorronde geraakt is?

Groetjes

afbeelding van Margot Van den Bergh

Hallo, Het verhaal moet

Hallo, Het verhaal moet alleen voldoen aan de voorwaarden van het reglement. Je kan je verhaal dus insturen. Groetjes, Margot @ CJP

afbeelding van Lenola

enkele uurtjes te laat, wat

Door Lenola (niet geverifiëerd) op

enkele uurtjes te laat, wat nu? ai ai ai, ik was in de veronderstelling dat de deadline deze nacht 12u was... Kan ik toch nog kans maken?

afbeelding van Margot Van den Bergh

Hallo Lenola, Helaas kunnen

Hallo Lenola,

Helaas kunnen we je verhaal niet meer opnemen in de wedstrijd, de verhalen zijn allemaal al vertrokken naar de jury... sorry! Volgend jaar misschien...? Groetjes, Margot

afbeelding van Anonieme bezoeker

Hoeveel mensen hebben er nu

Door Anonieme bezoeker (niet geverifiëerd) op

Hoeveel mensen hebben er nu uiteindelijk meegedaan? Ben wel eens benieuwd hoe klein mijn kans is het tot bij de beste 20 te schoppen. :)

afbeelding van Peter Baekens

Wanneer worden de finalisten

Door Peter Baekens (niet geverifiëerd) op

Wanneer worden de finalisten gecontacteerd? Op 3 of 4 november ? In de bevestigingsbrief die ik heb ontvangen, stond 4 november en op deze webpagina staat er 3 november..?

afbeelding van Margot Van den Bergh

Hallo Peter, Een kleine

Hallo Peter, Een kleine vergissing op de webpagina. Vanaf morgen (4 november) kom je te weten of je verhaal bij één van de 20 beste is. Nog één nachtje slapen dus...

Groetjes, Margot - CJP

afbeelding van chow

alle verder mijn kas

Door chow (niet geverifiëerd) op

alle verder mijn kas opvreten

afbeelding van Eline Danasovsky

Bevestigingsbrief? Ik had

Door Eline Danasovsky (niet geverifiëerd) op

Bevestigingsbrief? Ik had mijn verhaal de 26e doorgestuurd, maar ik heb geen bevestigingsbrief ontvangen ... Is er dan wat misgelopen?

afbeelding van Peter Baekens

Mijn excuses: ik bedoelde

Door Peter Baekens (niet geverifiëerd) op

Mijn excuses: ik bedoelde "bevestigingsmail".

afbeelding van Yannick Dekeukelaere

Write Now! barst voor de

Write Now! barst voor de tiende maal los. Write Now!, dé belangrijkste schrijfwedstrijd voor jongeren in het Nederlandse taalgebied bestaat uit 15 voorronden in Nederland, 3 in Vlaanderen en een finaleweekend in Rotterdam. Stuur jouw werk voor 15 februari 2010 in en maak kans op een notebook t.w.v. € 1.500,- of een unieke publicatie in Dagblad De Pers. www.writenw.nu

Nieuwe reactie inzenden

De inhoud van dit veld is privé en zal niet openbaar worden gemaakt.

Meer informatie over formaatmogelijkheden