Regisseur van het jaar
Gust Van den Berghe is pas 26 en de wereld ligt al aan zijn voeten. Cannes ontving zijn tweede film Blue Bird eerder dit jaar met een pak lof, terwijl op zijn schouw al sinds vorig jaar een beeldje van Vlaamse filmpersoonlijkheid blinkt. Nu heeft ook het Filmfestival Gent bekend gemaakt dat zijn blauwe vogeltje bij hen mag landen.
Hoe blijft je met beide voeten op de grond?
Gust Van den Berghe: “Dat is niet zo moeilijk, hoor. Ik probeer gewoon niet te veel stil te staan bij wat er rondom mij gebeurt als ik een film op de wereld loslaat. Al is het natuurlijk wel leuk, en een hele eer, dat ik mijn verhaal met de wereld kan delen.”
Dat klinkt wel heel bescheiden!
Gust: “Het is misschien een heel Belgische eigenschap, maar ik voel me verplicht om elk succes te relativeren. Als ik in Schaarbeek een brood koop, dan weet mijn bakker niet dat ik een filmmaker ben en zeker niet dat ik net een film ben gaan voorstellen in Cannes.” (lacht)
“Het gevoel dat mensen je steunen doet uiteraard veel deugd. Versta me niet verkeerd. Ik probeer die filmprijzen dan ook te ervaren als een schouderklop die zegt: ‘Goed bezig, jongen. Doe zo voort!’ In mijn hoofd ben ik al met een nieuwe film bezig.”
Blue Bird is gebaseerd op een verhaal van de Belgische dichter Maurice Maeterlinck, over twee kinderen die op zoek gaan naar een verloren vogeltje. Hoe belandt zo’n jonge kerel bij Maeterlinck?
Gust: “Het is de magie in zijn verhaal die me zo aansprak. Vele eerdere verfilmingen hebben die magie als tovenarij geïnterpreteerd, met feeën, rookgordijnen en paleizen. Ik heb mijn film willen ontdoen van die burleske kledij en een heel simpel verhaal willen vertellen over twee kinderen die een vogel moeten zoeken in een heel realistische omgeving.”
“Ik zie mijn film eerder als een luchtballon die opstijgt met een klein mandje eronder. Zonder tovenaar die er een konijn uit tovert.” (lacht)
Waarover gaat het verhaal dan voor jou?
Gust: “Ik heb het geïnterpretereerd als het verhaal van hoe een kind zijn natuur verliest als het opgroeit. Bij Maeterlinck gaat het meer over een zoektocht naar geluk. Die invalshoek zou nu niet meer werken, toch niet zoals het daar geschreven staat.”
“Het verhaal van Maeterlinck heeft iets heel puurs en kinderlijks. Oorspronkelijk is het dan ook een sprookje, maar net zoals bij de gebroeders Grimm is het er eentje met vele lagen, zodat het voor iedereen wat te bieden heeft. Maeterlinck stond heel dicht bij de natuur, waardoor hij op een heel andere manier tegen het leven aankeek. Hij geloofde dat alles een ziel had. Ik wou die spiritualiteit in mijn film bewaren. Ik wil dat mensen naar Blue Bird kijken alsof het een droom is.”
Solo in Togo
Je hebt je film opgenomen in Togo. Waarom ben je naar Afrika getrokken?
Gust: “De bevolking staat er heel dicht bij de natuur en dat gaf me een heel mooi kader voor de film, maar het was een erg moeilijke bevalling. Ik heb er in het midden van een storm gestaan. Iedereen zag daar zijn kans om een graantje mee te pikken. Soms ben ik heel hard moeten zijn. Je bent er immers om een film op te nemen, niet om gepluimd te worden.”
“Ook waar ik sliep wisten de mensen me te vinden. Soms kwamen ze me zelfs ’s nachts uit mijn bed halen. Ik genoot het meest van de rit naar huis, op het dak van de wagen. De weg tussen de set en mijn huis was het enige moment dat ik even alleen was.”
Wat doe je dan?
Gust: “Niet veel. Ik luisterde ’s avonds vaak naar keiharde muziek. House of electro. Chris Clark, bijvoorbeeld. Om buiten mezelf te treden en te knippen met de situatie. Anders werd ik gewoon gek. Het was nodig om even weg te zijn. Ik sliep elke nacht maar drie uur. Dat was heel vermoeiend. Maar ik kon gewoon niet ontsnappen. De situatie werkte heel bezwerend, want het leek alsof ik alles met iedereen deelde. Die koptelefoon was dan het enige plekje voor mezelf. Dan kon ik even mijn ogen sluiten en me bruusk loskoppelen van alles.”
Tot overmaat van ramp overleed er ook een crewlid tijdens een verkeersongeluk.
Gust: “Op dat moment weet je het even niet meer. Blue Bird werd toen echt een gevecht op leven en dood. Maar net dan kan loslaten niet meer. Net dan kan je niet opgeven en is het belangrijk om door te gaan. Ik probeerde de film als mijn horizon te zien, het land in de woeste zee.”
Je hebt Blue Bird opgenomen in een breedbeeldformaat dat niet bestaat en zette de film nadien ook helemaal om naar blauw. Waarom was dat belangrijk?
Gust: “Die twee elementen maken de film heel fysiek. Doordat je enkel blauw en zwart ziet, worden je ogen moe en beginnen ze langzaam het blauw te verliezen en kleuren te zien die er helemaal niet zijn. Dat is belangrijk voor het verhaal. Je begint door die optische illusie letterlijk nieuwe dingen in het verhaal te zien.”
“Daarom is het voor mij belangrijk dat Blue Bird in de bioscoop wordt vertoond. Het grote kader en het blauw komen enkel daar tot hun recht, omdat het werkt op de ervaring van een cinemazaal.”
Wil je al heel je leven films maken?
Gust: “Nee, totaal niet. Ik ben eigenlijk zelfs niet zo’n grote cinefiel. Ik geniet veel meer van het echte leven dan van film. Ik heb geen grote droom met film. Ik wil er niets mee bereiken. Succes is ook nooit mijn doel geweest. Maar als ik een goede film zie, dan heb ik het gevoel dat ik het leven recht in de ogen kijk en dan denk ik: ‘Potverdomme, ik moet films maken!’”
Je films zijn heel dromerig. Schuilt er een dromer in Gust?
Gust: “Mijn moeder vindt van wel. (lacht) Maar ik vind mezelf allesbehalve een dromer. Ik heb misschien mijn kop in de wolken, maar ik sta met mijn voeten op de grond. Als ik een project in mijn hoofd heb, wil ik er wel meteen invliegen. Maar je mag die naïviteit en verbeeldingskracht niet verwarren met dromerigheid. Ik wil met mijn films de wereld niet verbeteren. Dan zou ik pas een dromer zijn!"



