Taboe's op de Boekenbeurs

 Vlotjes praten-schrijven-bloggen-lullen we over vanalles en nog wat tegenwoordig. Seks, kots, incest, kwijl – en na een Eristof of twee durven we misschien zelfs al eens iets over porno kwijt. Soms lijkt het bijna alsof we over niets anders bezig zijn. Maar er zijn nog taboes in deze 21ste eeuw, ook op de Boekenbeurs.

We dalen af in de donkerste spelonken, spitten rond in de moestuin der gortigheid en kwamen terug met een onderwerp dat nog altijd wat schaamrood naar onze wangetjes pompt. Dim de lichten. Zet je gemakkelijk. Haal de deur achter je in het slot. Want jij en ik, we moet het even hebben over stront.

“Oh, da's een keitof boekje! Kenny! Kenny! Zie!” Shania heeft een hoge piepstem die past bij haar fleurige laarsjes.

Kenny neemt het prentenboek uit de handen van zijn liefje. “Over een kleine mol die wil weten wie er op zijn kop gepoept heeft,” leest hij. En dan: (fluisterend) “Shania, alstublieft legt dat terug. Zeg. Kom.”

“Maar allee, Kenny.”

“Shania, nee. We zijn weg.”

Kenny, toch. Zo fluisteren. Over een kleine mol die wil weten wie er op zijn kop gepoept heeft is nochtans een prachtboek. Het gaat over een kleine mol die een grote drol op zijn kop vindt en – oh gerechtigheid – wil weten wie, wat, waar, waarom. Naast die titel vind ik ook nog Poep op de stoep, Het poepboek en Het Boek van Poep. In de jeugdliteratuur geen gebrek aan uitwerpselen, zo te zien.

Bij de volwassensectie is het even zoeken. Ten slotte stuit ik er op Gerrit Komrij's kakafonie: encyclopedie van de stront. 300 bladzijden kakplezier. Met illustraties, grafieken, foto's en een blurb die leest: “groots drukwerk”. Maar verder niets.

Muntjes

Ik vraag mediagenieke Luca Tips van Erik Tonen Books hoe dat komt. “Nou. Ik denk dat zo'n onderwerpen meer aanvaard worden in het jeugdcircuit, omdat kinderen er nog over moeten leren. Voor volwassenen is zo'n uitvlucht er niet. Zij moeten het allemaal al weten. Muntje?”

Ik sla het aanbod af en vraag haar of ze denkt dat feces na 50.000 jaar kakken nog altijd taboe zijn. Ze denkt van wel, en dat terwijl het meestal volwassenen zijn die laaiend enthousiast doen over het gepoepte molletje.  “Weet je, Joren.” Het is even stil terwijl ze op haar muntje zuigt. “Een taboe doorbreken is gene kak. Schrijf dat maar op.”

Terug op de stand blader ik schielijk door Komrij's encyclopedie. Inspecteer de prijs en twijfel. De dame achter de kassa draagt een hoornen bril en kijkt behoorlijk geconstipeerd. Er staat uitzonderlijk eens niemand aan te schuiven. Nu of nooit. Ik glimlach vriendelijk. Ze staart me aan alsof iemand net met een natte prei in haar gezicht sloeg. Stilletjes duw ik Komrij weer tussen Koeck en Koubaa. Want wat zouden de mensen wel niet zeggen?

 

4 november 2011