Dag elf op de Boekenbeurs
Homo homini lupus est. De mens is voor andere mensen een wolf. Het zit al sinds het Romeinse tijdperk ingebakken in onze natuur en kan ook op de boekenbeurs niet uitblijven. De totale oppervlakte van de beursvloer mag dan groot lijken, de dicht bij elkaar gebouwde standjes wakkeren naast onze kooplust ook duistere gevoelens van concurrentie, jaloezie en minachting op.
Meestal blijven die gevoelens onderhuids, maar vandaag zijn we er persoonlijk getuige van hoe dichters Koenraad Goedeseune en Mark Van Tongele de degens kruisen. De een schreef een open brief aan uitgeverij Atlas om de miskende positie van de Vlaamse dichter aan de kaak te stellen. De ander vindt dat de man zelf gekozen heeft voor het dichterschap en bijgevolg geen reden heeft tot klagen.
De één probeert een poète maudit te worden van onze lage landen, de ander vindt dat hij er niets van bakt. Al bij al blijft het nog beleefd - onze boekenstoel blijft heel, tante Kaat wordt niet gegijzeld en er worden ter plekke geen dichtbundels van de tegenpartij in brand gestoken - maar of het vonken gaf! Onze stand wist nog nooit zoveel volk te lokken.
In de signeersessie die volgt op de kleine veldslag van woorden, blijkt het naamkaartje van één van de dichters in de prullenmand te zijn gegooid. Zat dit er al lang aan te komen of was het interview de druppel waarmee Goedeseune zijn eigen bruggen heeft opgeblazen? We zullen het nooit te weten komen en besluiten ons na een kort gesprekje met beide dichters niet al te zeer te mengen in dit literaire geschil.
Wel kijken we nu met andere ogen naar de schijnbaar vredig naast elkaar signerende auteurs. Wie gaat straks nog een pint pakken met zijn collega-schrijvers en wie heeft zin om de ander onder tafel tegen de schenen te schoppen?
De liefdevolle concurrentie
Maar nog voordat we de wildste verhalen hebben uitgedacht over Piet Huysentruyt die in zijn vrije uren vegiftigde brouwsels bereid voor Jeroen Meus, leren we dat het niet al kommer en kwel hoeft te zijn in het literaire wereldje. In de Groene Zaal stellen onder het toeziende oog van Friedl’ Lesage twee uur lang zes auteursduo’s elkaar liefdevol voor. En de liefde is grensoverschrijdend: één Nederlandse en één Vlaamse schrijver delen het podium.
Zo stuurt Vlaming Stefan Brijs met een bemoedigende schouderklop de jonge Nederlander Daan Heerma van Voss het podium op, die de hele aula meteen omver blaast met een verbazingwekkend realistisch relaas over een ontmaagding. Een leuk initiatief, want via de lovende woorden van de ons bekende schrijvers komen ook minder bekende namen op onze te-lezenlijst. Van concurrentie naar aanbeveling, het is uiteindelijk maar een kleine stap.



