Rina en haar zus Josepha groeien op in een arme Joods-Roemeense familie die in het begin van de jaren vijftig naar Israë...
Rina en haar zus Josepha groeien op in een arme Joods-Roemeense familie die in het begin van de jaren vijftig naar Israël emigreerde. Josepha, die een jaar en acht maanden ouder is dan haar zus, is intelligent en mag studeren. De mooie Rina is echter voorbestemd om met een rijke man te trouwen. Maar Rina voelt zich minderwaardig en droomt ervan om net als haar zusje slim te zijn.
Als jong meisje spiegelt Rina zich voortdurend aan haar zus, die zeer intelligent is en van haar ouders later mag studeren. Wat ze met Rina zullen aanvangen weten ze nog niet. Zij is de kwajongen, het brutale nest. Maar omdat ze zo mooi is, wordt haar dat niet kwalijk genomen. De familie is arm, maar probeert er ondanks alles toch het beste van te maken. De verspilzucht van de vader en de zuinigheid van de moeder zijn maar een van de vele momentopnames die in het boek aanwezig zijn. Meer dan eens hilarisch, bijna altijd ontroerend.
Het verhaal begint mooi voor de volwassen Rina. Ze wordt stapelverliefd op een leuke, niet onbemiddelde, Joodse man uit Barcelona. Na een tijdje in Barcelona te hebben gewoond, verhuizen ze naar Israël waar hun dochter Anna geboren wordt. Maar al snel krijgt Rina de nodige tegenslagen te verwerken. Haar pasgeboren dochtertje blijkt ongeneselijk ziek te zijn, haar man kan niet echt aarden in Israël en langzaamaan begint hun huwelijk barsten te vertonen.
De verhalen over de kleine Rina enerzijds en de volwassen Rina anderzijds wisselen elkaar per hoofdstuk af. Aan het begin van het boek is dit best wel verwarrend, ook omdat er twee vertelstandpunten worden gebruikt. Zo wordt het verhaal van de kleine Rina in de ik-vorm verteld. Wanneer het draait om Rina als volwassen vrouw, wordt alles in de derde persoon gegoten. Daardoor ontstaat er een zeker afstand met de lezer.
Eenmaal je door het verwarrende begin van de twee verhaallijnen heen bent, word je door de vlotte schrijfstijl helemaal meegezogen in dit familieverhaal waarbij de kinderlijke openhartigheid wordt afgewisseld met het cynisme van een volwassene.
Mijn zusje en ik was in 2005 het tweede best verkochte boek in Israël. Rina Frank diende enkel Harry Potter te laten voorgaan. Of het in België ook zo’n vaart zal lopen, betwijfel ik. Maar dit boek zal in menig huiskamer met veel plezier worden gelezen, daar ben ik zeker van.



