
Berriegordies uit Hasselt mochten de wedstrijd op gang trekken en hadden motown-ritmes bij uit de jaren ’50 en ’60. De zangeresjes deden hun best om de sfeer erin te houden en werden, om esthetische redenen, zo vermoeden wij, niét op de achtergrond geplaatst. Lekker en luchtig in het oor, maar tegen de tijd dat de jonge snaken van Roadburg op de planken verschenen, waren Berriegordies al lang uit onze buis van Eustachius verdwenen. Zij hadden een saxofoon meegebracht, voorwaar hét meest sexy instrument. Eclectische keyboards en moordende ritmes riepen vergelijkingen op met Grandaddy én Bloc Party. De bassist had geen last van podiumvrees en zwalpte over het podium als was hij Koen Buyse himself. Gedurfd en pittig, maar wij zien Roadburg liever nog eens terug als ze hun eerste tong hebben gedraaid.
Drie nummertjes spelen is in feite de deur naar succes op een kier zetten, maar Steak Number Eight stampte die na welgeteld vijf loeiharde seconden al in. Het naar zwavel stinkend viertal heeft ook de komende jaren nog geen last van baardgroei, maar schijnt bedriegt! Bezwerend als Tool, dreigend als Isis, Steak Number Eight spuwde vuur. Er werden net geen vleermuizen de kop afgebeten, kunstgebitten en gehoorapparaten vlogen in het rond, kortom een festijn waarbij zelfs Ozzy Osborne het leven zou laten. Boek ze niet voor uw communiefeest, met wat geluk zien we ze volgend jaar op Graspop, als ze dan al mogen van pa en ma tenminste.
Moeilijke opgave, aantreden na de ongekroonde koningen van de onderwereld, al had Way het duurste materiaal van die middag. Ze brachten enkele stevige Arctic Monkeys’ waarmee ze bijna verzekerd zijn van een plaatsje in StuBru’s Heilige Lijst. Dansbaar en catchy maar weinig origineel en naar onze bescheiden mening net niet goed genoeg.
The Tabasco Collective viel dan weer niet op met sterke riffs en opwindende refereinen, wel om volgende reden: het trio vertoonde als enigste niet de minste sporen van hardnekkige acne en werd in de coulissen meermaals voor bompa versleten. Toegegeven, hun nummers waren ook een beetje beschimmeld en begonnen al gauw te vervelen. Geeuw.
Dan liever Jasper Erkens, binnen pakweg 10 jaar de natte droom van heel wat schoonmoeders. Wie vreesde voor een Milow-kloon kon maar best even wachten met die shotgun, want daar weerklinken inderdaad The Kooks, José Gonzales én Damien Rice. Tijdens Waiting on a dog now hijgde Erkens de micro bijna de vernieling in, maar hij oogstte vooral veel bewondering met zijn cover van Gnarls Barkley.
Iets te veel emo en net te weinig rock om te overtuigen: The Porn Bloopers. De drummer voerde het ritme nochtans ten top, waarna er halverwege de set een slipje op het podium belandde – heel leuk, maar niet iedereen heeft een boodschap aan je nudisme, Herman Schueremans!
De Ninoofse bende van Team William had beter wat rilatine van de concurrentie gesnoept: in een vorig leven zou de toetsenist zeker in het circus beland zijn. Voor het overige wel wat poppy nummers met een scherp kantje, maar wie nu nog een keyboard het podium op sleept krijgt onze pantoffel waar de zon nooit schijnt.
Lap. The Galacticos, een recuperatie van Roadburg, had er toch eentje bij zeker! Hyperkinetisch en fris, maar ze moesten het stellen met de tweedehandsnummers van Roadburg, wat hun die-hard fans niet belette om de boel volledig af te breken.
Ze mogen dan een beroemde vader hebben, zoon en dochter Kamagurka, The Hong Kong Dong zag ze even vliegen. Bijwijlen een gebalde vuist naar het establishement doch zelden verrassend én uitgejouwd door het publiek. Hong en Kong hadden zo te zien twee goede muzikanten opgescharreld om het vuile werk op te knappen. Ze hadden er beter vier besteld.
Wie ging er nu uiteindelijk lopen met de poen én de eer? Uiteraard bleek niemand opgewassen tegen de brute kracht van de cocktail psychedelica en metal van Steak Number Eight. De soundtrack van het slachthuis haalde het met een straatlengte van Jasper Erkens, die naast de 7000 euro voor de tweede plaats ook de publieksprijs van 10.000 kampernoelen in de wacht sleepte. Team William haalde tenslotte nog nipt brons, waardoor de BV’s-in-wording van The Hong Kong Dong naast de prijzen grepen.



