De tagline van de film zegt het allemaal: "There are 40 million sheep in New Zealand... and they're pissed off!" Of hoe schapen lang niet altijd zo onschuldig zijn als ze eruit zien.
Nieuw-Zeeland is het land van kiwi’s en schapen. Sinds Lord of the Rings heeft het land er echter een belangrijke industrie bij: films. De mannen van Black Sheep zagen hun kans schoon en sloegen twee vliegen in één klap door een film te maken over schapen. En wat voor een film.
Met de hulp van de New Zealand film commission en Weta-workshop (die eerder verantwoordelijk waren voor de special effects van Lord of the Rings) maakte regisseur Jonathan King een uitzinnige horrorkomedie.
Henry Oldfield (Nathan Meister) is een twintiger uit de stad. Hij is op weg naar de schapenboerderij op het platteland waar hij als kind opgroeide. Maar Henri heeft een probleem. Sinds een akelige streek van zijn pestgrage broer Angus (Peter Feeney) heeft hij een panische angst voor schapen ontwikkeld. In een land waar er 10 schapen zijn voor iedere inwoner is dat een serieus probleem.
De reden dat Henri ondanks zijn fobie terugkeert naar de boerderij is om zijn aandelen in het bedrijf over te laten aan broerlief Angus, die sinds de tragische dood van hun vader het bedrijf runt.
Op de boerderij aangekomen, heerst er volop bedrijvigheid want het is een belangrijke dag. Vandaag zal Angus Oldfield een nieuw schapenras tentoonstellen aan de wereld: de “Oldfield”. Op datzelfde moment breken milieu-activist Grant (Oliver Driver) en zijn vriendinnetje Experience (Danielle Mason) binnen op het landgoed van de familie Oldfield, om foto’s te nemen van het geheimzinnige laboratorium op het domein. Al snel blijkt dat het nieuw ontwikkelde schapenras dat Angus wil presenteren op een wel erg gortige manier tot stand is gekomen.
Je voelt het ondertussen al aan je theewater. Het een en ander loopt gruwelijk uit de hand en voor iemand het goed en wel beseft blijkt de hele kudde schapen veranderd te zijn in een horde bloeddorstige beesten die je zonder verpinken naar de keel springen. En alsof dat nog niet erg genoeg is, muteren gebeten slachtoffers weerwolfgewijs in een soort weerzinwekkende kruising tussen mens en schaap.
De effecten in deze lowbudgetfilm zien er behoorlijk uit. Het bloed, de afgerukte ledematen, darmen en andere ingewanden spetteren vrolijk in het rond. Er is slechts één probleem. Velociraptors, haaien, inktvissen, krokodillen, slangen en zelfs vogels kunnen er op bepaalde momenten angstaanjagend uitzien, maar schapen, dat is een ander paar mouwen. Ondanks de inspanning van de makers gaat er op geen enkel moment een dreiging uit van deze vervaarlijk blatende, wolharige viervoeters.
De film is uitermate geschikt voor een ontspannend avondje onder vrienden. Haal er nog Snakes on a Plane, een paar zakken chips en een bak bier bij en je bent vertrokken. Ben je echter uit op een portie laatavond-gehuiver, dan laat je Black Sheep beter aan jou voorbij gaan.



