Moby heeft met Last Night zijn negende studioplaat klaar. Dit nieuwe schijfje moet onze gids worden door het nachtelijke feestleven van Moby himself.

Moby heeft met Last Night zijn negende studioplaat klaar. Dit nieuwe schijfje moet onze gids worden door het nachtelijke feestleven van Moby himself.
Last Night is een overzicht van 25 jaar uitgaan, samengevat op een schijfje van 65 minuten. Met andere woorden, Moby probeert ons met zijn nieuwe songs een beeld te geven van zijn nachtelijke ervaringen. Niet alleen als DJ, maar ook als gewone feestvierder die wil dansen, drinken of kopje onder gaan in een zee van mensen. Moby geeft dit alles mee in een inleidend tekstje. Daarin wordt duidelijk dat hij toch wel een grote voorliefde heeft voor het nachtleven.
Maar terug naar de cd. Met het thema van de cd in het achterhoofd schuiven we het schijfje in de cd-speler. De eerste track klinkt meteen veelbelovend. Ooh Yeah start met een vette groove als intro die de dansspieren spontaan aan het werk zet. De groove gaat verder en wordt versterkt door vocals die makkelijk in je hoofd blijven hangen. De opbouw van de song is redelijk cliché: naar het midden toe wat stilvallen om dan opnieuw op te bouwen naar het einde. Het is al gedaan, maar het werkt wel.
Maar dan is het wachten tot de zesde track om iets anders, iets verrassends te horen. Alice klinkt anders, minder dansplaatachtig en wordt volledig gedragen door rap. Maar dat is dan ook het enige wat over deze song te vertellen valt. De andere songs zijn niet slecht, maar ze blijven wat teren op hetzelfde stramien. Enkel Everyday It’s 1989 steekt er wat bovenuit. Het is een echte dansschijf waarbij het tempo voortdurend op en af gaat. Een rit op de rollercoaster.
En toch. Eigenlijk komen de echte goeie, atypische nummers pas vanaf de tweede helft van de cd aan de beurt. Het beste nummer op het album is meteen ook de eerste single. Met Disco Lies komt er (eindelijk) weer een song die een echte aanslag vormt op de dansspieren. Daarnaast zorgt het refrein met het hoge meezinggehalte voor een stevige single. Als je de laatste vier songs apart zou horen, dan maak je nooit de link met Moby. De songs hebben iets experimenteels, met soms zelfs een Jean Michel Jarre- randje. Deze wegdroommuziek is de ideale soundtrack als je aan het rondzwerven bent in de stad na een nachtje stappen (om toch maar bij het thema van de cd te blijven).
Maar uiteindelijk heb je na het beluisteren geen overweldigend gevoel. De songs tappen allemaal, zowel de typische als atypische Mobynummers, iets te veel uit hetzelfde vaatje. Het is een leuk album, om als muzak te gebruiken, maar zeker niet om over naar huis te schrijven.



