Dat sprookjes en vunzigheden niet samengaan, bewijst Anita Nair met de verhalenbundel Kom naar bed, mijn lief. Haar omfloerst taalgebruik past niet bij de scherpe thema’s.
Een sprookjesachtig boek met subtiele verwoordingen en verhalen voor het slapengaan. Dat verwachtten we van Kom naar bed, mijn lief, de eerste verhalenbundel van Anita Nair. In India gaan haar boeken over de toog als zoete broodjes, maar hier is haar succes bescheiden. Daarom wilden we met eigen ogen zien wat voor vlees we in de kuip hadden. De uitkomst is een wat mager boek, doorspekt met overbodige omschrijvingen. Niet meteen ons kopje thee.
Vettige walmen
Anita Nair heeft gewoon te veel fantasie. De zinnen die ze schrijft, de vergelijkingen die ze maakt, het is te ver van mijn bed. Het boek is niet geloofwaardig. Waarom woont er een sater in de metro en vooral: waarom noem je een metro niet gewoon een metro in plaats van “een onderaards rijk van bitter grijs, dampend pleister en vettige walmen”? Niet dat de vergelijking niet klopt, maar tussen pagina’s en pagina’s van deze te gedetailleerde, fantasievolle beschrijvingen, valt het gewoon niet meer op als Nair dan toch eens de spijker op de kop slaat.
Ver van je bed show
Nairs wereld is te ver weg. Dit boek slaat geen bruggen tussen oost en west, het maakt de kloof alleen maar breder. Over thema’s zoals gelijkheid tussen man en vrouw, traditie en vooruitgang, liefde en seks, hoef je niet rond de pot te draaien. Om dit aan te kaarten hoef je geen verhalen te verzinnen over heksen, katten en saters.
Deze thema’s verdienen een veel breder platform, een boek dat de realiteit niet uit de weg gaat, maar onomwonden vertelt waar het over gaat. Deze schrijfstijl past niet in ons Westerse wereldbeeld. Wij willen het leven zoals het is. Toch is Nair wel ruimdenkend. Het boek gaat niet alleen over goden en magie, maar ook over hoeren, neuken en drugs. Overspel en fallussen, gecombineerd met de magie van duizend en één nacht: misschien maakt dat het net zo onrealistisch.



