Rue Fontaine d’Amour, de nieuwste stadsroman van Jef Aerts, gaat over de vijftienjarige Lize, haar vader, haar zus en de dansschool. Geen slechte roman, maar ook geen uitblinker.
Rue Fontaine d'Amour is erg vlot geschreven en leest als een trein. Helaas valt de verhaallijn tegen. We volgen het relaas van Lize en haar vader die bezoek krijgen van twee Albanezen waarvan het onduidelijk is wat ze komen doen. Lize’s vader denkt dat deze Albanezen engelen zijn die hem tot bij God zullen brengen, terwijl Lize het duo weerzinwekkend vindt en niet gelooft dat ze engelen zijn.
Het verhaal zit vol intriges en is doorgaans knap geschreven, met levendige dialogen, maar voornamelijk de laatste 15 pagina’s zijn ongelooflijk cliché. Aerts gaat hier in de fout en had zijn verhaal beter vijftien pagina's eerder doen eindigen. Het einde van de hoofdverhaallijn zit dan wel weer uitstekend in makaar.
De plot is zeer duidelijk uitgewerkt en zeer eenvoudig te volgen, zelfs zo eenvoudig dat de auteur soms de aandacht van zijn lezers dreigt te verliezen. Hij maakt ook onvoldoende gebruik van de intellectuele capaciteiten van zijn lezers. Op andere vlakken verdient hij dan weer een pluim. Het aantal personages in de roman is eerder beperkt, waardoor Aerts de mogelijkheid schept de personages beter uit te werken. Hij benut die mogelijkheid dan ook optimaal en zet sterke, genuanceerde karakters neer.
Wat daarentegen wel ergerlijk werkt, is het ongepast gebruik van Frans in de roman. Aerts gebruikt ten pas en ten onpas Franse woorden en zinnen waar dit vaak overbodig, wat maakt dat de lezer zich gaat ergeren. Rue Fontaine d’Amour is uitermate geschikt voor iemand die af en toe wat wil lezen, maar geoefende boekenwurmen raden we aan iets anders uit de boekenkast te halen.



