Koffiekan wordt asbak wordt halsketting in Gents Design Museum.
Het Design Museum Gent trakteert van 31 oktober tot 7 februari zijn bezoekers op twee smakelijke namen die beiden op eigenzinnige manier hun bijdrage tot de wereld van vormgeving en ontwerp hebben geleverd. De juweelontwerper en zilversmid Siegfried De Buck wordt gevierd naar aanleiding van zijn 60e verjaardag en tegelijkertijd wordt het invloedrijke Tsjechische coöperatief Artel in de kijker gezet.
Van asbak tot armband
De tentoonstelling rond het werk van Siegfried De Buck is vrij kleinschalig maar heeft inhoudelijk genoeg te bieden om zijn bezoekers te verzadigen. We krijgen eerst juwelen te zien die heel sober ogen, maar toch van extravaganza spreken wanneer je de lijst van materialen waaruit ze gemaakt zijn te lezen krijgt. Olifantenhaar, plexiglas en geblauwd staal lijken niet meteen de ingrediënten voor een geslaagd moederdagcadeau, maar De Buck weet er ringen en hangers uit te puren die ondanks hun robuuste vorm van een zekere elegantie getuigen.
Op wat goud hier en daar na wijkt De Buck weinig af van zijn materiaalkeuze, waardoor de overgang van juweelontwerp naar design haast onopgemerkt plaatsvindt. Dat de gebruiksvoorwerpen net zo verfijnd zijn als de sieraden speelt natuurlijk ook een rol. Om de toeschouwer helemaal te verwarren komen oorbellen en koffiepotten geleidelijk aan door elkaar te liggen waardoor ze esthetisch evenwaardig lijken en men nog maar één ding kan concluderen: ik wil een armband van die asbak. Hoogtepunt is een reeks aantrekkelijk geëtaleerde ringen die gepresenteerd worden onder de naam HerinneRingen. Meteen daarna bolt de tentoonstelling alweer uit met speelse variaties op de ring als object.
Dagdagelijkse objecten als kunst
Speels, en tegelijk serieus, is een beschrijving die ook van toepassing is op het collectief Artel. Jaroslav Benda, Pavel Janak, Helena Johnova en Marie Teinitzerova zijn maar enkele van de onuitsprekelijke namen die rond 1908 behoefte hadden aan verandering op vlak van vormgeving en design. Ze verwezenlijkten dit echter niet door ingrijpende veranderingen te brengen in het gangbare ontwerp van gebruiksvoorwerpen, maar trachtten die zoveel mogelijk te respecteren.
In tegenstelling tot de koffiekan die we aantroffen in de collectie van De Buck, die geabstraheerd is tot het gokken wordt of het nu toch geen citruspers is, zien we hier serviezen, vazen en andere dagdagelijkse objecten die opgesmukt zijn tot ze als decoratieve kunstvoorwerpen kunnen dienen. Geen bizarre materialen nu, maar glas, aardewerk en metaal. De kleuren beperken zich tot primair blauw, rood, geel en hier en daar een groene toets. De strakke lijn krijgt de bovenhand, en ook de patronen die de voorwerpen sieren zijn zeer geometrisch opgebouwd. Bauhaus meets Art Deco en steekt een dikke middenvinger op naar Alessi.
Iedereen die uitgekeken is op zijn Senseo en wil polsen wat er zoal nog op de markt te verkrijgen is, moet alvast deze tentoonstelling met een bezoek vereren. Maar vooral de liefhebbers van al wat esthetisch en goed is zullen hier enkele aangename uurtjes doorbrengen



