Tussen al het geweld van de Channel Zero-avonden van Franky DSVD en co door, moest de AB zijn zaal een avond omvormen voor een andere (voormalige) brulboei. Geef Henry Rollins een spot, twee monitors en een microfoon en je bent vertrokken voor een hele rit op diens hyperkinetische rollercoaster van levensbeschouwende verhalen en grappen.
Henry Rollins heeft een lichtjes geschift muzikaal verleden als frontman van de punk/hardcoreband Black Flag en ook State of Alert en de Rollins Band, maar sinds de jaren '90 is hij ook een veelgevraagd spreker. Al ettelijke jaren reist hij haast continu rond om zijn verhaal te doen met zijn Spoken Word-optredens, waarmee hij een nobele poging onderneemt om de wereld te verbeteren. In al die jaren is Rollins veranderd. Ging hij vroeger als een woedende gek tekeer, dan zien we nu een nieuwsgierige en energieke optimist op het podium staan.
Zijn nieuwe show bevat een brede waaier aan nieuwe verhalen en hilarische anekdotes, want Rollins heeft ondertussen weer heel wat ervaringen opgedaan. Zo vertelt hij over zijn acteerdebuut in de televisiereeks Sons of Anarchy, zijn ontmoetingen met William Shatner en Rupaul of over zijn reis door Azië, die hij om drie uur ‘s nachts in zijn bed plande.
Muzikale staatsgreep
Natuurlijk heeft de ex-zanger het ook over muziek. Zo neemt hij ons mee naar een legendarisch optreden van Bad Brains en The Damned in Washington in 1979, en beschrijft hij hoe zwaar hij destijds onder de indruk was. Daarnaast is muziek voor Rollins ook een soort middel om een staatsgreep te plegen. Hij wisselt namelijk muziek uit met mensen die hij op zijn reis ontmoet. Zo leerde hij ooit via een tiener uit Sri Lanka de lokale death metalscène kennen of probeert hij in Iran het protest tegen president Ahmadinejad op te poken met muziek van The Stooges of The Ramones.
Een andere hilarische passage van de monoloog gaat over hoe Rollins werd uitgenodigd om op een universiteit in Californië de afstudeerspeech te gaan voordragen. Foute casting denkt u, maar als je Rollins aan het werk ziet, krijg je een schop onder je kont en verlaat je de zaal met een soort drive om je leven om te gooien. Uitermate geschikt dus voor laatstejaarsstudenten. Het is misschien wat naïef als Rollins beweert dat als er enkel geletterde en geleerde mensen de aardbol zouden bewonen, alles peis en vree zou zijn, toch zit er ergens een waarheid in die boodschap.
Culturele kruisbestuiving
De kunst die Rollins als geen ander onder de knie heeft, is zijn verhaal doorspekken met humor. Zo steekt hij van wal over de humanitaire situaties in Azië, maar onderbreekt hij dat sombere verhaal door een grap te vertellen over het moment toen hij in een hotel in India logeerde. Daar liep hij een van zijn aartsvijanden tegen het lijf, namelijk Tan Shwe, de leider van Birma. Rollins gebruikte die gelegenheid om voor het raam van diens limousine te gaan staan en hem vriendelijk met zijn middenvinger toe te zwaaien, een idee waar weinig normale mensen zouden op komen. Andere grappige kwinkslagen gaan over zijn persoonlijke assistente die hij The Demon noemt en onze afhankelijkheid van gsm’s en Iphones.
Traditioneel rond Rollins de avond af met hetzelfde devies. Spaar wat geld en verlaat je land, keer terug hoor, maar zoek andere culturen op en verken de wereld. Door een kruisbestuiving van cultuur wordt de wereld een betere plaats. Nagels met koppen dus, en hier en daar in de zaal hoor je al lachend: Bon, rijden we door naar Zaventem?
Een monoloog van drie uur van een kerel die gewoon droog zijn verhaal vertelt, zonder hulpmiddelen of ook maar één seconde pauze te nemen, laat staan even een slok te drinken, het lijkt saai. Maar niet dus bij Henry Rollins. Drie uur lang hang je aan de lippen van de man, die zijn verhaal met enorm veel passie en humor verkoopt en je een wake-up call van jewelste geeft.



