De Munt is niet mals voor het publiek. De opera Elektra komt keihard aan. Met de muziek van componist Richard Strauss stroomt de voorstelling lang door je aders en als gruwelijk hoogtepunt spat het bloed van het podium.
Het verhaal van Elektra laat maar weinigen onberoerd. Onder meer Sigmund Freud en Jean-Paul Sartre hebben inkt doen vloeien voor deze haatdragende juffrouw. Maar je hoeft voor dit stuk je psychoanalytische of filosofische bril niet op te zetten. De muziek en het verhaal sleuren je sowieso mee.
We volgen Elektra die opgesloten leeft in de burcht van haar moeder. Deze laatste heeft de dood van Elektra’s teerbeminde vader op haar geweten en dat bezingt deze vrouwelijke tegenhanger van Oedipus vol scherp vuur. Ze is bitter, woedend, en wil haar moeder het liefst dood zien.
Luider, luider!
Muzikaal gezien zijn de stukken waarin ze smartvol het lot van haar vermoorde vader bezingt het mooist. Ze legt even de haat opzij en wat je ziet is een gevoelige en kwetsbare vrouw. Puur en vol emotie tekent Strauss haar pijn in noten en melodieën. De muziek was voor de componist belangrijker dan de zang. Zo verhaalt een anekdote dat de man bij een repetitie naar de muzikanten riep: “Luider, luider, ik hoor de zangers nog!” In De Munt barst de orkestbak bijna uit zijn voegen.
Machtig
Voor deze productie is gekozen voor een elegant en eclectisch decor. Het personeel van de burcht paradeert in legeroutfits die beelden van een dictatuur oproepen. De koningin rust onder een papieren parasol met Griekse draperieën op de achtergrond. De prinsessen dragen jurkjes uit de jaren '30. Het heeft de look and feel van een elegante Twee Wereldoorlog-film.
Over de Tweede Wereldoorlog gesproken. Hitler was gek op de muziek van Strauss en wanneer je de operazaal verlaat, vind je dat niet meer zo verwonderlijk. Zelden een opera gehoord die je zo’n machtig en onsterfelijk gevoel geeft. I’m Elektra-fied!



