Acteur Bruno Vanden Broecke zet in Missie zijn strafste vertolking neer. Deze monoloog gebaseerd op getuigenissen van missionarissen in de Congo is meteen ook één van de allerbeste stukken van de afgelopen jaren.
De cynicus in het publiek zal vast opmerken dat het beeld van de missionaris dat in Missie wordt opgehangen, erg eenzijdig en westers getint is. Op scène staat immers André Vervecke, een fictieve Witte Pater gedistilleerd uit verschillende missionarissen, die de talrijke positieve effecten van zijn missiewerk toelicht. Het beeld van zieltjes winnende en seksueel aberrerende missionarissen is een cliché geworden dat de humanitaire hulp van de vooral jongere gezanten in Congo niet meer benadert.
André Vervecke is de verpersoonlijking van de christelijke, en dus niet katholieke, waarden. Hij is een soort Godfried Danneels: de lichtjes tegen het Vaticaanse gezag rebellerende en altijd voor de medemensen opkomende mens van vlees en bloed. Vervecke deelt condooms uit aan de Congolese bevolking en trekt het nut van het celibaat sterk in twijfel. Als Witte Pater is hij een pak minder fundamentalistisch dan zijn collega-missionarissen de Jezuïten, voor wie elke gebeurtenis een teken is van Gods wil. Een enige wat hem een gedateerde toets meegeeft, is zijn consequente gebruik van 'niet' i.p.v. 'ni' en het heerlijke gebruik van verfranste woorden.
Hutu's en Tutsi's
Vervecke is gestationeerd in Goma, de Oost-Congolese stad midden in de conflictzone tussen de beide Kivu's. De plaats ook waar de Hutu's na de Rwandese genocide naartoe zijn gevlucht, en de strijd tussen Hutu's en Tutsi's zo naar Congolese bodem werd verplaatst. Vervecke beschrijft de gruwelijke situaties die hij heeft meegemaakt en het ondraaglijke leed dat hij heeft moeten doorstaan. Maar ondanks alles heeft hij zijn geloof in God niet verloren. Vervecke heeft geen angst voor de dood. Wanneer Tutsi-militanten hem met een jachtgeweer komen bedreigen na zijn uitspraken dat Tutsi's ook misdaden hebben begaan in de genocide, roept Vervecke onbevreesd "Schiet dan toch!". Gelukkig werd Vervecke gespaard, anders zou hij zijn avonturen en verhalen niet aan het publiek kunnen komen vertellen.
Vervecke is op vakantie in zijn geboorteland België. Dit fictief personage wordt gevraagd om te komen spreken op een bijeenkomst van pakweg de CM. Enkel voorzien van een spreekgestoelte, een glas water en een notitieschriftje dat hij niet zal openen, spuit hij anderhalf uur lang de ene meesterlijke anekdote na de andere uit zijn mouw. Vervecke probeert telkens met zijn voorbereide lezing te beginnen, maar steeds valt hem weer een nieuw verhaal te binnen.
Oud, maar kwiek
Auteur David Van Reybroek, die deze week de Cultuurprijs voor essayistiek en kritiek won, schreef een meesterlijke en nooit belerende theatertekst op basis van tientallen interviews met missionarissen van verschillende katholieke strekkingen. Het pleit voor Van Reybroeck, die met Die Siel van die Mier en N eerder al twee theaterteksten over westerlingen in Congo schreef, dat hij erin geslaagd is om al deze getuigenissen tot één levensverhaal terug te brengen. Tachtig procent van de tekst zou gebaseerd zijn op deze (soms bijna letterlijk uitgeschreven) interviews. Acteur Bruno Vanden Broecke kruipt griezelig perfect in de huid van de oude, maar nog erg kwieke pater. Hij staat op het voorstuk van de scène, voor het neergelaten brandluik. Vanden Broecke's natuurlijke uitstraling zorgt ervoor dat het publiek al snel met deze geëngageerde en naar diepgang zoekende pater sympathiseert.
Mobutu & Lumumba
Vervecke is opvallend openhartig. Hij vertelt hoe hij op zeventienjarige leeftijd geroepen werd om op missie te vertrekken naar de Congo, en hoe hij uit angst voor negatieve reacties deze roeping nog een jaar heeft verzwegen. Vervecke leidde tot voordien een behoorlijk werelds leven. Hij was stapelzot van Alice, een meisje uit zijn klas, maar heeft haar moeten verlaten om zijn innerlijke rust te kunnen ontdekken. Nu nog gaat Vervecke regelmatig bij haar op bezoek wanneer hij in België is. In het middenstuk van de monoloog vertelt Vervecke meer over het leven in Congo zelf. De erbarmelijke staat van de wegen, de 21 uur die je er over doet om op een bootje het Tanganyika-meer te doorkruisen, het scheppingsverhaal volgens de Afrikanen, hun geloof in geesten... Vervecke vertelt het erg beeldend en neemt zijn publiek mee op een mentale reis naar de Congo, of Zaïre, zoals het na de authenticiteitscampagne van Mobutu genoemd werd. Voor dictator Mobutu heeft Vervecke weinig positieve woorden veil, net als voor Lumumba, de eerste president van Congo na de onafhankelijkheid in 1960, dit jaar vijftig jaar geleden.
Ngo's = toeristen
Naar het eind toe begeeft Missie zich op meer filosofische grond: Vervecke mijmert over de keuzes die hij ooit heeft moeten maken "Een keuze maak je niet een keer, maar steeds opnieuw. Ge moet uw keuze steeds confirmeren, gelijk bij het boeken van een vliegticket". En over hoe hij zich nergens echt thuisvoelt: niet in Congo, waar hij alleen al omwille van zijn huidskleur nooit als een echte inwoner beschouwd zal worden, ook al leert hij de inheemse talen, en niet in België, waar hij de helft van het hedendaagse verengelste vocabularium amper begrijpt en hij zich niet identificeert met het gestegen consumentisme en individualisme. De missionarissen zijn dan ook de personen par excellence die bij ieder driejaarlijks bezoek de veranderingen in onze westerse samenleving aan den lijve ondervinden. Vervecke heeft ook kritiek op de ngo's: hij twijfelt niet aan hun nobele bedoelingen, maar catalogiseert hen onder de noemer toeristen, omdat hun werknemers vaak niet langer dan drie maanden in de ontwikkelingslanden blijven, terwijl hij er zelf al jaren aanwezig is. Deze interessante visie draait ons beeld van missionarissen met een dubbele agenda en ontwikkelingsorganisaties met hun pure humanitaire principes helemaal om.
Catharsis
U leest het: wij zouden nog uren kunnen doorpraten over Missie. Deze majestueuze monoloog is meesterlijk in zijn eenvoud. De schitterende anekdotes, rijkelijk doorspekt met humor, geven een prachtig beeld van België's onverwerkte verleden, zonder dat het ooit belerend wordt. Bovendien is het dramatische slotbeeld, waarin Vervecke God aanroept, adembenemend krachtig. De ontlading van anderhalf uur perfect theater.
Als je dit seizoen nog één voorstelling moet zien, laat het dan alsjeblieft Missie zijn. Nog tot 17 februari te zien in de KVS in Brussel, daarna op tournee.
- Website KVS
Handige links
CJP voordeel
Als CJP'er geniet je dezelfde korting als de KVS-kaarthouders, namelijk 2 euro korting op het reductietarief.







© CJP vzw - 2009




Reacties
Nieuwe reactie inzenden