Acht meisjes. Waarvan twee school shooters. Geen bloed. En geen wapens. Ziehier de ingrediënten van het beklijvende toneelstuk mondays.
School shootings zijn in. Denk maar aan het drama in Winnenden begin dit jaar waar Tim Kretschmer vijftien anderen neerschoot. Of aan het op het internet aangekondigde bloedbad in Mechelen, waar er uiteindelijk toch niets gebeurde. En ook voorstellingen over school shootings zijn in. Braakland speelde meer dan tachtig voorstellingen van Immaculata. En volgende week gaat PITSERS van fABULEUS in première. Maar eerst is er nog mondays van JAN, waarin acht meisjes het relaas van een schietpartij op hun school vertellen.
Kostschool
Een vrouwelijke school shooter, in het begin lijkt het idee wat raar. Maar dertig jaar geleden knalde Brenda Ann Spencer in Californië reeds een aantal schoolgenoten af. I Don't Like Mondays (And I Wanna Shoot The Whole World Down), het bekende lied van The Boomtown Rats, werd naar aanleiding van haar raid geschreven, en dat deuntje wordt af en toe in de voorstelling gefloten. School shootings zijn dan ook een typisch Amerikaans fenomeen, de laatste jaren overgewaaid naar o.a. Finland en Duitsland. Mondays straalt dan ook een typisch Amerikaanse high school sfeer uit: kostuums, kauwgom, tienerpraat. Je hoort zelfs een typische redneck-uitpraak: 'Geef iedereen toch gewoon een wapen, dan zijn alle problemen meteen opgelost'.
Vaak spreken de twee meisjes die de schooting plannen zelfs Engels. Lijkt soms ook raar, maar check YouTube er eens op na: verschillende school shooters laten een laatste boodschap in het Engels achter (ook al is dat niet hun moedertaal), om zo toch een zo groot mogelijk publiek te bereiken. Een aantal originele teksten van daders worden in de voorstelling gebruikt, en er wordt nadrukkelijk verwezen naar voorgaande school shootings, zoals Columbine. De research is goed gebeurd, maar dat geeft een wel erg documentaire-achtig gevoel. Anderzijds is het een feit dat school shooters het dodenaantal van voorgaande schietpartijen willen overtreffen en de daders ervan ook beschouwen als helden.
Kopie
Want daar is het de daders immers vaak om te doen. Ze voelen zich uitverkoren en willen na hun dood aandacht die ze tijdens hun leven zelden kregen. Vaak zijn schietgrage schoolgangers onopvallende, wat teruggetrokken leerlingen die hun frustraties op het instituut school projecteren.
Zo raken in mondays twee meisjes stilaan gefrustreerd door de kleine pesterijen van klasgenoten en vinden ze, net als Eric Harris en Dylan Klebold in Columbine, een bondgenoot in elkaar. 'Je bent juist een kopie van haar als je bij haar bent', verwijten de andere klasgenoten één van de latere school shooters. Heel treffend is de twijfel die één van de meisjes etaleert vlak voor het plegen van de daad, tot ongenoegen van haar vastbeslotenere vriendin. Eén klein meisje, dat wel een vriendin wilde zijn van één van de daders, mag blijven leven. Maar is wel getraumatiseerd voor het leven.
Bij de shooting komt er geen bloed of geweer aan te pas. Met wat verbeelding kan je in het testen van een micro door er met de hand op te kloppen, het afvuren van een geweer horen. Mondays laat veel aan de suggestie over, en dat maakt het net sterk. De vele stiltes, die in ander werk van JAN ook voorkomen, maken de sfeer erg gespannen. Je voelt ook werkelijk de vloer trillen tijdens de luide muziek en het gekrijs van de schietpartij. Soms wordt mondays echter een tikje te moralistisch, vooral bij de eindmonologen van de daders.
Elephant en Titanic
Na de schietpartij vertelt één van de daders dat ze nog nooit gekust heeft. En dat ze dan toch niet lesbisch zou zijn. We hadden gezworen dat beide meisjes elkaar daarna zouden beginnen zoenen, zoals het in de film Elephant gebeurt, om toch één keer die liefde gevoeld te hebben. Maar regisseur Peter Seynaeve is ons te snel af: in plaats van een kus, wurgt één van de daders de andere. Of hoever de drang om te doden kan gaan, dat je er zelfs niet voor terugdeinst om je kompaan de nek om te wringen. Het strafste stuk van de voorsteling begint nochtans raar: twee meisjes zingen My Heart Will Go On, terwijl er viool bijkomt. Je voelt de meligheid opkomen, maar toch wordt die weer clever doorprikt. De knuffels, bloemen en kaarsjes die vooraan opgesteld worden, zijn een blijk van collectief medeleven van een natie. Of begrafenishysterie.
We zagen gewoon de burgemeester van Dendermonde na het drama in Fabeltjesland voor onze ogen staan toen iemand de micro nam en een begrafenisspeech begon. Gefakete compassie. Onbegrip. Hoe is dit in onze stad kunnen gebeuren? Een werkelijk geniale scène, waarin de mediahysterie na dergelijk zinloos geweld in de mangel wordt genomen. Er wordt zelfs overgeschakeld naar Jef Vermassen in de tv-studio, om tekst en uitleg te geven bij zulk een onvatbaar drama. En het ene overlevende meisje wordt, in hun drang naar sensatie, voor de camera om een reactie gevraagd. Ze ziet de film voor haar ogen afspelen. En slaat uiteindelijk tilt. 'Ik weet het niet meer'. Wij weten het wel. We do like mondays.



