Het land van de paella en Picasso is dit jaar voorzitter van de Europese Unie. Reden te meer dus om in BOZAR, de museale parel van de Europese hoofdstad Brussel, de Spaanse meester-schilder El Greco op te duikelen. Een overzichtstentoonstelling.
Wij vinden dit een tongtwister van jewelste, de benaming van deze expo: El Greco. Domenikos Theotokopoulos 1900. De tentoonstelling zelf splitst BOZAR gelukkig op in drie thema’s. Werken van kopieerders en bewonderaars voeren je mee naar de tijd dat El Greco hot was in Spanje en dat opnieuw werd vanaf 1900. In zaal twee overweldigen de pracht en praal van de schilderijen uit zijn atelier je. In de derde en laatste etappe ga je volledig op in de evolutie van Domenikos Theotokoupolos tot de El Greco die we kennen.
Allesbehalve typisch renaissance
Laat je dus niet teleurstellen door het eerste deel, want zo goed als alle schilderijen daar zijn van de hand van navolgers. Meestal zijn het regelrechte kopieën van een tafereeltje dat El Greco schilderde. El Greco’s typische stijlkenmerken vallen daardoor wel direct op. Zijn tijdgenoten maakten stuk voor stuk gematigde en afgeborstelde schilderijen van perfecte mannen en vrouwen. De Griek daarentegen smijt de felle kleuren in de vorm van langgerekte figuren op het doek en wrijft de verf uit als een Francis Bacon avant-la-lettre.
El Greco wordt in 1541 geboren op Kreta als Domenikos Theotokopoulos. Als Byzantijnse iconenschilder doet hij het niet slecht, maar dat weerhoudt hem niet te verhuizen naar Rome, het mekka van de renaissancekunst. De concurrentie in Italië valt Domenikos echter veel te zwaar uit en in 1677 verhuist hij naar Toledo, Spanje. Ondertussen laat hij zich El Greco (De Griek) noemen. In Spanje is hij, meestal, graag gezien. Wie bij hem iets laat schilderen, durft. De banden met koning Filips II hoef je niet ver te zoeken.
Revival van De Griek en heiligen aan de lopende band
Met andere woorden: tijdens zijn leven was El Greco beroemd, maar in conservatieve kringen ook een beetje berucht – juist omdat hij zo experimenteel werkte. Na zijn dood in 1614 belandt hij nagenoeg in een diepe vergeetput, tot markies de la Vega Inclán in Toledo het Museo Del Greco opent. We schrijven dan 1910, eveneens de tijd van de expressionisten, die smullen van schilderijen als die van El Greco. Kortom, El Greco is weer de hipste jongen van de straat en inspireert zelfs Picasso. BOZAR werkt voor deze tentoonstelling nauw samen met Toledo en de audiogids en begeleidende tekstbordjes vermelden het Museo niet zelden.
Na zijn verhuizing naar Spanje, poogt El Greco een atelier op poten te zetten. Zijn succesvolle schildersfabriekje reproduceert de favoriete heiligen van de plaatselijke nonnen en paters aan de lopende band. Na het eerste deel, dat meer draait om El Greco’s faam na zijn dood, zie je in het tweede deel dat hij ook in zijn eigen tijd befaamd was. Iedereen wou een schilderij van zijn atelier in zijn klooster hebben hangen. Van één tafereel bestaan dus veel andere versies, maar de mooiste zie je in BOZAR.
Pracht en praal in de multimediazaal
De artistieke reis van El Greco vormt de derde en tevens laatste opsplitsing van deze boeiend expositie. Part III vertelt over de metamorfose van een jongeman die niet meer kon dan iconen schilderen tot één van de fascinerendste kunstenaars. Langzaam poetst hij zijn iconen op met een beter perspectief, kleur- en schaduwgebruik en lichtinval tot het een maniëristisch meesterwerk wordt. Volgens de audiogids wil hij met de langgerekte ledematen (een typisch kenmerk van het maniërisme, tevens volgens de audiogids) emotie uitdrukken. Wij zien niet direct het verband tussen lange armen en handen en diep verdriet, maar dat verandert niets aan het feit dat de taferelen van El Greco simpelweg magnifiek zijn.
Kleuren gebruikt hij zoals niemand anders dat doet en de verhoudingen kloppen van geen kanten, maar dat is juist zo geweldig en totaal niet storend. Je merkt zekere abstracties op en heftige composities van rood-blauw-groen die je eerder als typisch Van Eyck zou benoemen. Hoogtepunt van de zaal is ongetwijfeld De Begrafenis van de Graaf van Orgaz, dat de allure en de grootte heeft van De Nachtwacht. De multimediazaal, waar je dit schilderij tot in het kleinste detail kunt bewonderen, geeft de finishing touch die je nog lang bijblijft.
Dat konijn van Dürer
Na een trip door het Paleis voor Schone Kunsten eindig je bij Het Apostolaat, dé topreeks die uit Toledo is overgekomen. Een indrukwekkend tableau van El Salvador (Jezus, dus) en twaalf portretten van de apostelen, eisen een hele zaal op voor zichzelf – en terecht ook. Het Apostolaat is zijn laatste levenswerk en De Griek stierf nog voor het af was.
De uitgebeelde thema’s zijn in 99,9% van de gevallen religieus, maar dat maakt allemaal niets uit. Wat opvalt is El Greco’s expressiviteit en de vurigheid, weergegeven door schetsmatige penseelstreken en harde toetsen feloranje en wit. De hele tijd word je erop gewezen dat El Greco zijn tijd vooruit was en je kunt niet anders dan hiermee akkoord gaan. Al in de zestiende eeuw deed hij dingen die kunstenaars hier pas sinds een jaar of honderd durven te doen. Dat is kunnen. Bovendien mag je zijn schilderachtige schilderijen gerust een verademing noemen, na, bijvoorbeeld, al die haast fotografisch geschilderde konijnen (of zijn het hazen?) en saaie bijbelfiguren van andere renaissancemensen als Albert Dürer en Michelangelo.
- Website BOZAR









© CJP vzw - 2009




Reacties
Nieuwe reactie inzenden