Het viertal van The Veils belooft de Gentse Handelsbeurs in vuur en vlam te zetten. Onthullend, maar moegespeeld.
Amper 27 jaar is de Londense leadzanger Finn Andrews en met Sun Gangs is hij al toe aan zijn derde plaat. Samen met twee bassisten, waaronder één vrouwelijke, en een drummer maakt hij het schone weer onder de groepsnaam The Veils. Alhoewel het schone weer een beetje verkeerd uitgedrukt is. Als een niet te temperen singer-songwriter gluurt hij door de scheuren in ons leven en de hartverscheurende keuzes waarmee we elke dag geconfronteerd worden. En dat maakt hem allerminst blij.
Lyrische hoogvlieger
Als een furieuze hellehond gaat hij zijn songs te lijf. Hij schreeuwt ze uit alsof zijn leven ervan afhangt, als een vreemd soort exorcisme om zich te bevrijden van al zijn wereldse demonen. Koen Wauters zou er nog iets van kunnen leren – als we een tegenvoorbeeld moeten zoeken. Met de gebetenheid en de noodzaak van een kunstenaar gaat hij zijn muziek te lijf. Niet voor niets wordt Andrews dan ook her en der opgehemeld als één van de beste songschrijvers van zijn generatie. Helemaal terecht.
Maar ondanks zijn lyrisch talent durft hij wel eens blijven haperen in de typische apathie waar elke singer-songwriter mee worstelt. Op Sun Gangs is dat euvel weggewerkt. Rustige ballads die zalven worden er mooi afgewisseld met heftige noodkreten die het hart weer op zijn kop zetten. Deze passage beloofde dan ook eindelijk eens verandering te kunnen brengen in hun voorgaande, eerder monotone optredens. Ijdelijke hoop, zo blijkt.
Zorgen voor later
Slechts vier nummers van Sun Gangs halen de show. Eerder kabbelende, trage nummers zoals The Letter en The House She Lived In, terwijl ze knallers zoals Killed by the Boom en Three Sisters links laten liggen. Het subtiel opbouwende Sit Down by the Fire en het lekker stomend van frustraties Larkspur brengen nooit de gehoopte verandering. Wanneeer ze er na amper driekwartier dan ook de brui aan geven, is de teleurstelling wel zeer dichtbij.
De vingers worden gekruist voor een opwindende bisronde, maar die blijft eveneens uit. Andrews verschijnt alleen op het podium en laat zich mak wegglijden in zijn singer-songwriter bestaan met drie liedjes (inclusief hitsingle Lavinia, een tamme versie die smeekt om wat strijkers). Helaas kan Andrews nog niet terugvallen op de charismatische verschijning van een Mark Lanegan of Tom Waits.
Andrews geeft overigens toe dat hij doodmoe is en drie dagen niet geslapen heeft. En dat helpt niet echt . “We made this album like ages ago, we’ve been on tour for so long” kreunt hij met een glimlach, smekend om een pintje. Het met een kwinkslag bedoelde tafereeltje komt ineens wel heel tragisch over. De enige verzachtende omstandigheid kan de Handelsbeurs zijn, die helaas niet voldoende akoestisch is uitgerust om dergelijke rockoptredens goed te laten klinken. De stem van Andrews verzuipt in al het instrumentaal geweld. Dat neemt echter niet weg dat The Veils toe zijn aan een wake-up call. Eéntje met ijskoud water.



