Kulturama 2010, zittend in de Dry Coppen in Leuven. Een man vertelt ons de betekenis van zijn boek. Een man met een verleden, een heden en een toekomst, een man met een visie. Een wiskundige formule op de voorkant van het boek. Wij= niet gij. De schrijver: Jeroen Olyslaegers.
We komen binnen in de Dry Coppen. Een tafel vol mensen die zitten af te wachten. De schrijver in zijn stoel.Een schrijver met zebraschoenen, een wijde zwarte broek, een leren jas en ringen met slangen aan bijna al zijn vingers kijkt me aan door zijn grote, zwarte bril. "Hier kan je zitten", zegt hij en hij haalt zijn spullen van de stoel naast hem weg. "Mooie schoenen", zeggen wij. Jeroen Olyslaegers lacht. Het interview kan beginnen.
Het begin
Het begon allemaal in de zomer van '76. Jeroen was toen een jongen van 9 jaar en zag enkele dode vissen in zijn vijver liggen, Of liever: op de aarde waar vroeger de vijver was. De geur is hem altijd bijgebleven. Een mengeling van vloeibare stront en metaal. Het duurde een jaar voor dat helemaal verdween. Toen al had Jeroen door dat er iets mis was. Iets mis met het klimaat, iets mis met de wereld, iets mis met de mensen. "De Goden spelen een ziek spel", zei hij. Nu nog steeds zijn de mensen bezig met het klimaat, met de opwarming ervan. Te veel sneeuw is niet goed, te veel zon is niet goed. Te is nooit goed, behalve in tevreden. Hij wordt er onbehaaglijk van en het doet hem denken aan de vijver. George, de cartoonist en hoofdrolspeler uit het boek, neemt dit gevoel voor zijn rekening.
Cartoonist
George is een cartoonist. Maar waarom? Jeroen heeft hier zijn eigen theorieën over. Hij heeft vroeger geschreven. Voor Humo. Sommige teksten werden geweigerd. Vrijheid van meningsuiting, een recht? Het lijkt niet zo te zijn. Ingehouden woede zorgt voor betere prenten, het is zelfs de bestaansreden voor sommige cartoonisten. Scherpe tekeningen, boordevol woede, zijn de beste. Tekeningen waarvan mensen denken: "Dit is nu net wat ik denk." Humor en woede in één prent. Een cartoonist is een dankbaar personage om over te schrijven.
De cartoonist van nu, en de vijver van vroeger. Jeroen maakt een omweg langs de jaren '70 omdat alles terugkomt. Zelfmoord, oorlog, klimaatsproblemen, de disco. ABBA en Don't cry for me laten hem huilen. Het zijn bitterzoete teksten, muziek met een bedoeling meer dan enkel om op te dansen. Jeroen stapt dan in een tijdsmachine. Jaren '70: zijn ouders, hoe ze toen waren, de vijver met de vissen, de hete hete zomer.
Wij
Wij = gij niet. Elke keer als je "Wij" zegt, sluit je iemand anders uit. Dat was 3000 jaar geleden anders. Toen was wij = iedereen. Plato zei nog "Er is een grote geest boven ons die alles verbindt met elkaar." Dat is een prachtige gedachte. Eén die moet terugkomen. Twee jaar geleden was Jeroen wanhopig, omwille van dat Wij van nu. Mensen als collectieve dieren denken niet meer op lange termijn. We zijn egoïstisch geworden, leven en denken in het nu en hier. Kleinkinderen en problemen door het klimaat? Dan leef ik toch niet meer! Of: dan maak ik geen kinderen!
De Top van Kopenhagen was iets om naar uit te kijken. Het werd helaas een flop. Een compromis van een compromis. Op dat moment kwam de wanhoop terug voor Jeroen. We zijn ons niet meer bewust van die éne verbondenheid, dat allesomvattende WIJ. Het gaat niet over geld, het gaat over samenhorigheid.
Verfilming
Wie actief is op Facebook, moet Jeroen maar eens toevoegen. Vorige week kon je dan lezen dat er een film komt van zijn boek. Over een jaar, over twee jaar. Het staat niet vast, maar er is een regisseur die er mee wilt instappen. Door dat op facebook te zetten, wil Jeroen deze man bedanken. Voor zijn liefde waarmee hij over het boek sprak, publiciteit als dank.
Radio 1 zit ook op Facebook. De Morgen ook. Allebei bellen ze, er verschijnt een scoop in De Morgen en een artikeltje in De Standaard. Radio 1 zendt het uit. Later zal er publiciteit zijn over de auteurs, maar nu wou Jeroen alleen maar zeggen: "dank u".



