In het hele Nederlandse taalgebied bestaat er geen tweede schrijver zoals hij. Alleen in zijn boeken worden vrouwen beelden en beelden vrouwen, vloeien plaatsen, tijd en personages voortdurend in elkaar over. Verdwaalt de lezer in een doolhof van taal. Wie het Huis van de Aanrakingen binnengaat, weet maar beter waar hij aan begint.
Peter Verhelst is een buitenbeentje. Hij combineert de ziel van een dichter met de blik van een minnaar en de pen van een romancier. Hij is een ware woordkunstenaar die experimenteert, uitdaagt, verleidt, ongrijpbaar blijft. In zijn nieuwste worp, Huis van de Aanrakingen, laat hij de koele afstandelijkheid van voorganger Zwerm voor wat ze is en gaat hij door op het elan van Tongkat, de roman die hem intussen tien jaar geleden verzekerde van een plaats in het pantheon van de Nederlandse literatuur.
Verhalenbordeel
Huis van de Aanrakingen is geen traditionele roman. Dit verhaal heeft geen begin, midden of eind. Het is niet eens één verhaal, zoals er ook niet één hoofdpersonage is, wiens leven netjes chronologisch en met enig respect voor realisme uit de doeken wordt gedaan. Er zijn niet eens hoofdstukken, enkel regels of blokken van wit tussen de paragrafen. Verhelst en conventies, dat botert gewoon niet. Hij wil vooral verhalen vertellen, liefst zo veel mogelijk, met respect voor hun eigen karakter en ritme.
Zo is er het verhaal van Tomoko Kidman, een jonge Amerikaanse archeologe die raadselachtige beelden opgraaft in Turkije en in haar thuisstad New York ingewijd wordt in het Japanse schaakspel. Daarnaast zijn er de omzwervingen van Jean-Baptiste Tavernier, Vlaams handelsreiziger in dienst van Lodewijk XIV, die zijn hart verliest aan het wonder dat India heet. Er is ook de liefde van Yi, jonge pottenbakker uit Korea, die de kunst verstaat om klei tot leven te wekken en daarom ontvoerd wordt. Er is de kunst van Ko Itten, een Japanse geisha die met haar sensuele dans de aandacht trekt van haar Shogun. En dan zijn er ook nog Monachos de Griek, die twee schaduwen heeft (en massa’s borsthaar), en matroos Weltevree uit Holland, die overdekt met papegaaien aanspoelt in Korea. Allemaal hebben ze hun dromen en verlangens, die Verhelst liever uitbeeldt in nog meer verhalen dan ze letterlijk te benoemen. Hun verlangens zijn wat hen bindt, al komen ze elkaar zelden tegen.
Action Writing
Het mag intussen duidelijk zijn: wie het Huis wil verkennen, moet het stellen zonder landkaart of kompas en mag het ook niet erg vinden dat sommige kamers op slot blijven of van plaats veranderen. Verhelst vertelt zijn verhalen door associatie, volgt de logica van dromen en springt daardoor van de hak op de tak, lapt het realisme aan zijn laars, doet nergens toegevingen. Hij verwacht dat de lezer zich onderdompelt in zijn universum, zonder terughoudendheid of vooroordelen. Zijn Huis is opgetrokken uit oosterse én westerse mythen die hij vermengt met verhalen die uit Tongkat hadden kunnen komen, om ze tenslotte action painting-gewijs over de 330 bladzijden van dit boek te verspreiden.
Dat levert alvast veel talig vuurwerk op. Tongkat was al een bezwerende leeservaring, Huis leest als één langgerekte droom. In de beste passages creëert Verhelst met zijn poëtische stijl en ongebreidelde verbeelding fijnzinnige of gewoon bloedmooie taferelen die nog een tijd lang blijven nazinderen. Zijn proza is overigens van een ongekende sensualiteit. Het lichaam van de mens, in al zijn zintuiglijkheid, speelt een prominente rol in zijn taalgebruik. Verhelst schrijft voortdurend over aanrakingen, smaken, geuren, kleuren, geluiden en blikken. Dat gaat niet vervelen, het maakt de lezer juist meer deelgenoot aan het verhaal, tot hij het bijna fysiek kan voelen.
Doolhof
Verhelsts Huis heeft in theorie dus genoeg te bieden om grote drommen bezoekers aan te trekken. Hoe jammer dan, dat dit boek nergens naartoe gaat. Ondanks de caleidoscoop van verhalen die het aan het oog van de lezer voorbij laat trekken, vertelt het ironisch genoeg bitter weinig. De kracht ervan zit in de delen – passages, zinswendingen, woordkeuzes – maar helaas niet in het geheel. Welk geheel? Geen begin, midden of eind betekent ook: geen afronding, geen duidelijkheid, geen boodschap. De logica van de droom maakt op de wakkere lezer meer dan eens een erg warrige, ja zelfs ondoorgrondelijke of ondoordachte indruk. Nog belangrijker: wat steekt een mens op van dit boek; over verlangens, over liefde, over de mens, over verhalen? Weinig. Niets? Of toch: dat verhalen onze identiteit, misschien zelfs onze essentie uitmaken. Dat de reis zelf het doel is van de reis.
Het staat buiten kijf dat dit enfant terrible van de Nederlandse literatuur gezegend is met een wilde, tomeloze verbeelding en een verrekt goede pen, maar mag het ook ergens over gaan? Verhelst lijkt alvast de mening toegedaan dat de leeservaring het doel is van een boek – de esthetiek, de pure emotie, niet één of ander inzicht dat de auteur doorheen de laatste bladzijden met het vingertje omhoog verkondigt. Daar heeft hij tot op zekere hoogte gelijk in, maar zijn ‘Huis’ lijkt op niets meer dan op een doolhof van taal, waarin de lezer bladzijdenlang hopeloos verdwaalt. Net als je denkt een centimeter vertrouwd terrein veroverd te hebben, glijd je alweer weg in Verhelsts orgie van verhalen. Er is geen houvast, geen herkenningspunt. En daar moet een mens van houden. Dit Huis betreed je op eigen risico.
> Interview Peter Verhelst
Add comment
CJP-voordeel
Als CJP'er heb je recht op 15% korting op Azur.be. Vermeld bij je bestelling de actiecode CJP+je kaartnummer.



