Rennen jaagt adrenaline de hoogte in

5
Rennen
Kopergietery

Rennen is een energieke bewegingsproductie met 23 jongens en mannen op scène. Al vanaf de eerste minuut gaat de testosteronmeter in het rood.

In het donker start het pompende Rez van Underworld. En het zal niet het enige in your face-nummer van de avond zijn. Ook Born Slippy passeert nog, net als een rockversie van George MichaelFaith (beduidend mannelijker dan het origineel), Kom Mor ip van 't Hof van Commerce, Roses van dEUS en zowaar... de Brabançonne.

Van groot naar klein zingen de dansers uit volle borst het nationale volkslied. Om dan één voor één de edele delen van hun buur vast te grijpen. Rennen is duidelijk een productie met ballen. Wanneer iemand even later een Letermeke doet door de Marseillaise aan te heffen, krijgt hij meteen een mep om de oren en ontstaat er zo een werkelijk agressieve massagevechtsscène. Voordien bekogelden ze elkaar al met appels, waarvan de stukjes in het rond vlogen. Viriliteit ten top, dus.

Bikkembergs en bakvissen

Het sportaspect speelt een belangrijke rol in Rennen: uit de luidsprekers weerklinkt applaus en twee grote stadionlampen floepen aan. In een steeds op- en afgaande beweging passeert het equivalent van een dubbele voetbalploeg. Het lijkt wel een modeshow van Dirk Bikkembergs, maar dan zonder de salonvoetballers met hun te dure handtassen.

Het is een beproefd recept om theater te maken met jongeren: een eenvoudig basispatroon met variaties daarop wérkt. De Kopergietery bewees dat eerder al met Pubers Bestaan Niet, dat eveneens met jongeren uit het Theateratelier gemaakt is. Net zoals Pubers is Rennen majestueus in zijn eenvoud en radicaliteit: een knoert van een adrenalineproductie waarin de performers doorgaan tot ze niet meer kunnen en baden in het zweet. Heerlijk om te zien. Dat denkt ook de man met verrekijker op de rij voor ons en de meute gillende bakvissen in de zaal.

Alleen jongens?

Heerlijk ook om de choreografische trucs van Gregory Caers en Ives Thuwis te doorgronden. Voor Thuwis is de intentie en de goesting van de dansers belangrijker dan hun precisie (die je van een groep jongens, vaak zonder danservaring, toch niet kan verwachten). Die spelvreugde straalt ook af van Satijn en Witte Wijn, een andere Kopergietery-productie met jongeren waarvoor Thuwis de choreografie deed (en die buiten het dansante behoorlijk melig was). Leuk weetje: Thuwis maakte bij een gezelschap in Hannover Girls!Girls!Girls!, een bewegingsproductie met alleen maar meisjes. De inverse van Rennen dus. Al maakt de Kopergietery ons in het programmablaadje toch wat blaasjes wijs: 'De cast van Rennen bestaat alleen uit jongens'. Ja ja, dat zal wel.

Er zitten nog meer verrassende momenten in Rennen: het beeld waarin alle performers zich omdraaien met open hemd is adembenemend heroïsch. Dat gebeurt bovendien vlak na een kort discofragment. Heel erg clever. De wie-doet-mij-wat-mentaliteit blijkt ook uit de stoere hiphopdans. Al sluipt er naar het einde ook een erg mooie tederheid in Rennen: terwijl iedereen strak in de maat loopt, dwarrelt één jongen draaierig rond, terwijl de anderen hem komen onderstutten.

Rennen eindigt niet met een knal, maar met een zachtjes uitdeinende herinzet van het begin. En verrast zo ook weer. Heel erg sterk.

21 maart 2010

Add comment

  • Regels en paragrafen worden automatisch gesplitst.
  • Adressen van webpagina's en e-mailadressen worden automatisch naar links omgezet.

Meer informatie over formaatmogelijkheden