Peter Missotten bewerkt L'Intruse van Maeterlinck tot een toneelstuk dat appelleert aan onze primaire angsten: een donker bos, de ander, de onbekende, de dood. Of dat is althans wat ze ons willen laten geloven...
De scène gecreëerd door Peter Missotten spreekt meteen tot de verbeelding. De grandioze Bourla is voor de gelegenheid omgetoverd tot een bossite. Je ruikt het mos en de vochtige aarde van het moment dat je de zaal binnenstapt. Vrijwel meteen zie je vlammen op het doek boven je hoofd. De schaarse belichting zorgt ervoor dat je aandacht getrokken wordt naar details: orchideeën, een blinde verhangen man, een tentje, een gouden engel. En dat alles midden in het bos. Voila, de sfeer is gezet. We beginnen aan een vreemde en verwrongen reis naar het onbekende.
Gent viert volgend jaar de honderdjarige viering van Maeterlincks Nobelprijs, want, tot op heden, is hij de enige Vlaamse schrijver die de eer toebediend kreeg. Maeterlinck zelf was mateloos gefascineerd door de dood en die tendens was ook te voelen in zijn schrijven. Zijn eenakter L'Intruse, waarop De Indringer losjes gebaseerd is, vertelt het verhaal van drie zussen, een blinde grootvader en een "oom" die wachten op de dood van de vrouw in de aanpalende kamer. Alle kleine dingen, zoals de stilte en het ruisen van de bomen, kunnen tekenen zijn van de indringer: de dood.
Wie kijkt, gaat dood
Een potentieel voor een machtige opvoering aangeboden op een zilveren dienblad. Het kan dan toch niet verkeerd gaan? Aanvankelijk zou het antwoord neen zijn, tot blijkt dat de vrije interpretatie van Missotten wel heel erg vrij is, om niet te zeggen van de pot gerukt. Missotten overbewerkte het stuk zo dat zelf Maeterlinck zijn eigen schrijven er niet meer in zou herkennen. En dat is nu net de tendens in de zaal. De samenhang is ver te zoeken, omdat wellicht enkel Missotten himself de gemaakte associaties kan plaatsen.
De acteurs lopen allen op een vreemde houterige manier en bewegen over het podium alsof er ongeziene hekken staan. Her en der staat er een orchidee die "door de in jurken geklede acteurs" doorheen het stuk willekeurig verzet worden. De vreemde blinde man laat het publiek van tijd tot tijd de oren toestoppen omwille van het vreselijke geluid dat hij maakt met de machine in zijn hand. Geen dialogen, enkel losse fragmenten. Missotten wil dat het publiek schrikt, zich ongemakkelijk voelt, bang is. Maar dat lukt hem niet. Het stuk is vreemd, dat wel. Maar niemand die de associatie maakt dat iemand orchideeën teelt om met zijn angst om te gaan. Waarom zouden ze ook?
"Wie kijkt, gaat dood", dat was de smaakmaker om De Indringer te promoten. Heel goed gekozen, blijkt nu. Al mochten ze er wel bij vertellen "van verveling en ergernis."



