Een van de meest merkwaardige namen op de affiche van Les Nuits Botanique dit jaar is Gil Scott-Heron. De carrière van de funk/poëzie/protestlegende leek zo goed als over, tot hij begin dit jaar met een nieuw album een teken van leven de wereld instuurde.
De comeback van Gil Scott-Heron mag je gerust een klein wonder noemen. Het is jaren geleden dat hij nog iets relevants voortbracht, hij kampte lang met een drugsverslaving en bracht recent nog wat tijd door achter de tralies. Alles leek erop dat de man nooit meer uit de anonimiteit zou terugkeren tot er begin dit jaar, onder impuls van XL-labelbaas Richard Russel, een nieuwe plaat uitkwam. Op I’m new here ondergaat Heron een ware metamorfose, maar het resultaat mag er gerust zijn. Dat de man ook nog de energie had om aan de release een heuse tournee te koppelen, is des te straffer.
Vlak voor het concert in het Koninklijk Circus aanvangt, is het meteen duidelijk dat Gil Scott-Heron in zijn element is. Heron zelf verwelkomt het publiek, vertelt wat flauwe grapjes en vat kort samen wat de avond zal bieden. Gil Scott oogt vrij scherp, wat hoge verwachtingen schept. Het concert zelf kent twee opvallende hoogtepunten, namelijk het begin en einde van de set. Heron start op z’n eentje met het sublieme duo Blue Collar en Winter in America , gevolgd door een al even indrukwekkend We almost Lost Detroit. Drie goede nummers begeleidt door zijn raspende, doorleefde stem waarmee een torenhoog niveau gehaald werd.
Uitgerekte Jams
Tijdens dat laatste nummer voegt de band zich bij de meester. Die bestaat uit Tony Duncanson op conga’s, applausmeester Glenn Turner op keyboard/mondharmonica en Vernon James op saxofoon, keyboard en dwarsfluit. Songs zijn geen songs maar voornamelijk uitgerekte jams waarin de muzikanten vrijheid krijgen om te improviseren. Vooral James onderscheidt zich regelmatig met uitmuntende solointercepties.
De reden dat Gil Scott-Heron opnieuw toert, draait niet louter om een aardig pensioencentje bij te verdienen, maar ook ter promotie van zijn nieuwe plaat I’m New Here, een donkere plaat met veel spoken wordstukken en covers. Daarom is het wat vreemd en jammer dat we slechts eenmaal iets te horen krijgen van dat nieuw materiaal, namelijk het erg fraaie I’ll take care of you, een cover van Bobby Bland.
Uitzinnig publiek
Genieten geblazen is het wat later bij Home is where the Hatred is. Het nummer wordt aangevuld met een intense saxsolo en vloeit razend knap over in The Other Side, wat zorgt voor geknetter in het Koninklijk Circus. The Bottle, Gil Scott’s bekendste nummer, is dan weer de kroon op het werk. Enkel de ellenlange percussiesolo mocht wat ingekort worden, maar dat zijn details. Het publiek is haast uitzinnig en zingt massaal ‘celebrate, celebrate, celebrate’ mee. Ook in de gangpaden naast de rijen zetels wordt een feestje ingezet, dat blijft duren tot na de bis Better Days Ahead.
Gil Scott-Heron heeft naast zijn muzikale carrière veel misère gekend in zijn leven. Dat hij na een moeilijke periode met een straffe plaat op de proppen komt en ook live nog relevant is, blijft absoluut bewonderenswaardig. Hij mag tegenwoordig dan wel eerder het imago hebben van een brave opa in plaats van de kritische oproerkraaier die we kenden van vroeger, op eigen houtje achter de piano of begeleid door zijn band schitterde hij de hele avond. Een prestatie waarmee Heron zijn status als icoon van een generatie nogmaals bevestigt.



