The struggle for life

3
Kapò
Gillo Pontecorvo

Gillo Pontecorvo zal waarschijnlijk altijd herinnerd blijven als de relschopper die voor een internationale hetze (en voor een meesterwerk) zorgde met The Battle of Algiers. Maar enkele jaren eerder liet hij zich ook al opmerken met Kapo, een onterecht vergeten klassieker.

Holocaustdrama’s zijn een courant filmgenre geworden de laatste decennia, maar als je eens door de filmgeschiedenisboeken bladert, dan merk je al gauw dat ze eigenlijk pas gangbaar werden vanaf de jaren zeventig. Over het algemeen wordt de tv-reeks Holocaust (1978) beschouwd als het ultieme project dat het onderwerp populariseerde. Tot dan werd er maar zeer sporadisch een film over de concentratiekampen gemaakt en die waren meestal niet erg commercieel succesvol. Gillo Pontecorvo’s Kapo, gemaakt in 1959, is dus sowieso al uitzonderlijk, al was het maar omdat hij slechts veertien jaar na het einde van de Tweede Wereldoorlog in de zalen kwam. De gruwelen van de kampen lagen nog vers in het geheugen, wat de prent destijds een aanzienlijke impact bezorgde, ook al komt hij nu enigszins gedateerd over.

Morele vragen

Het verhaal draait rond Edith (Susan Strasberg), een jong joods meisje dat samen met haar hele familie naar Auschwitz wordt gedeporteerd. Terwijl haar ouders linea recta naar de gaskamers verdwijnen, krijgt zij van een kampdokter de kans om de identiteit over te nemen van een andere gevangene, die net gestorven is. Vanaf nu heet ze Nicole, en is ze niet joods meer, maar een gewone dievegge, wat haar kansen op overleving sterk verhoogd. Na verloop van tijd krijgt Edith zelfs de kans om “kapo” te worden, een opzichter die andere gevangenen in het oog moet houden, in ruil voor bepaalde privileges van de Duitsers.

Met dat verhaal roept Pontecorvo, zelf een Italiaanse jood die tijdens WO II in het verzet zat, een aantal morele vragen op die later nog regelmatig in holocaustdrama’s zouden terugkeren. De belangrijkste: waartoe ben je bereid om te overleven? Na een tijdje zien we Edith eten pikken van andere gevangenen. In haar functie als kapo slaat en kleineert ze hen zelfs genadeloos. Die evolutie van onschuldig meisje naar harde tante die haast letterlijk over lijken gaat om zelf te overleven, wordt knap geënsceneerd, in een ijzersterk eerste uur. Pontecorvo gebruikt de alledaagse wreedheden in het kamp om de ontwikkeling van het personage geloofwaardig te maken, en in combinatie met een doorleefde vertolking van Susan Strasberg lukt dat wonderwel.

Fascinerend werkstuk

Daarna echter, gaat de regisseur de melodramatische toer op, door er een geforceerde liefdesgeschiedenis bij te sleuren met een gevangen genomen Russische soldaat. Die romance is weinig geloofwaardig – een duidelijke constructie van de regisseur om zijn thematische punten duidelijk te maken.

Uiteindelijk worstelt Pontecorvo hier met het probleem dat hij een hele periode uit de geschiedenis van WO II aanschouwelijk wil maken via het verhaal van één personage. En daardoor gaat hij, zeker in de tweede helft van zijn film, soms over de top. Enkele jaren later zou hij dat probleem glansrijk oplossen in zijn meesterwerk The Battle of Algiers, waarin hij niet voor één hoofdpersonage koos, maar de strijd van een heel volk in kaart wist te brengen. Zoals het is, blijft Kapo echter een fascinerend werkstuk, dat duidelijk als opstap diende naar grotere dingen.

30 mei 2010

Add comment

  • Regels en paragrafen worden automatisch gesplitst.
  • Adressen van webpagina's en e-mailadressen worden automatisch naar links omgezet.

Meer informatie over formaatmogelijkheden