Spike Jonze staat beter bekend als één van de breinen achter Jackass, oftewel tv met een reukje aan. Vreemd dan dat hij als filmregisseur verantwoordelijk is voor Being John Malkovich en Adaptation, telkens gebaseerd op een scenario van Charlie Kaufman, en telkens wondermooie tragikomedies. Na zeven jaar afwezigheid is hij terug en tovert hij deze vertederende stoere prent tevoorschijn.
Where the Wild Things Are kondigt zich aan als een kinderfilm, gebaseerd op het gelijknamige boek van Maurice Zendak, dat maar liefst negen zinnen telt. Maar vergis je niet, de filmversie van dit fantasierijke verhaal stuurt je niet naar buiten met een kinderlijk gevoel. Dit is een film voor jong en oud, maar dan wel een weemoedig jong en oud.
Moraal van het verhaal
Het verhaaltje gaat over Max, een jongen van twaalf, die het fantastisch vindt om zich te verkleden in een wolvenpak en dan zijn eigen hond te bespringen. Want let’s face it, dat vinden we toch allemààl fantastisch. Max woont samen met zijn zus en zijn moeder en dat loopt niet altijd van een leien dakje: grote zussen kunnen nu eenmaal irritant zijn en moeders snappen ons soms gewoon niet. Na een slaande ruzie met zijn ma, loopt Max dan ook weg. Hij komt met zijn zeilbootje terecht op een bosrijk eiland met vreemde, gigantische, pluizige wezens. Het eiland wordt gekenmerkt door de chaos en de anarchie die er heerst. Gelukkig is Max daar en zal hij proberen om orde op zaken te stellen (lees: forten bouwen en moddergevechten houden).
Het is vanaf begin duidelijk dat Spike Jonze breekt met de traditionele opvattingen van wat kinderfilms horen te zijn. In normale kinderfilms zie je een overdadig gebruik van kleur en een hoge saturatie, want dat toont aan dat alles leuk en goed is. In dit exemplaar worden de kleuren juist bewust redelijk grauw gehouden, wat past bij de relatief bittere toon van de film.
Max heeft thuis allerlei problemen, met opgroeien, met zijn zus en moeder. Hij verstaat hen niet en zij begrijpen hem al helemaal niet. Daarom probeert hij weg te lopen van zijn problemen, maar al gauw merkt hij dat ook zijn fantasiewereld niet enkel rozengeur en maneschijn is. Wegvluchten heeft dus geen zin. Gelukkig wordt de moraal van het verhaal helemaal niet met een zwaaiend vingertje gebracht.
Frisse stijl
Deze derde prent van regisseur Jonze is op zijn minst vertederend te noemen. Na vijf seconden heb je al sympathie voor het hoofdpersonage en dat verdwijnt geen moment. De regisseur weet ook een hele frisse filmstijl aan te houden, door af en toe echt vuil te filmen als het moet, maar dat zeker niet overdadig te doen.
De film houdt ook een goed tempo aan en dat is vooral te danken aan de sublieme muziek. Het heeft wel iets weg van kindermuziek maar dan op een volwassen manier gebracht. Het zorgt er voor dat je helemaal mee bent.
Sublieme cast
Ook geen slecht woord over de acteurs. Max Records weet ons echt te boeien en zijn emoties komen heel realistisch over. In plaats van een typische Hollywoodetter, is Max een gewone simpele jongen met een goeie dosis fantasie. Ook de pluizige beesten zijn heel goed gedaan. In plaats van zijn toevlucht te zoeken in CGI, besloot Jonze om poppen en acteurs in pakken te gebruiken. Elk wezen heeft zijn eigen uniek karaktertje dat er voor zorgt dat ze vaak met elkaar botsen, maar dat ze mekaar ook mooi kunnen aanvullen. Het zorgt voor een leuke interactie tussen de beesten onderling en Max.
Gewoon gaan kijken, ervan genieten en eventueel een traantje wegpinken is dus de boodschap. Alhoewel het niet echt een feel good movie is, verveelt hij geen seconde en blijft hij creatieve, fantasierijke beelden naar je hoofd slingeren. Het is een prachtig verhaal dat je niet gauw zal vergeten.



