Joost spuit zijn mening over de dingen

3
Otaku
Joost Vandecasteele

Het Theaterfestival in Antwerpen is gestart aan zijn twintigste editie. Opener? Otaku, de stand-uppowerpointmonoloog met een hoek af van duivel-doet-al Joost Vandecasteele.

De jury van Het Theaterfestival stelt elk jaar een behoorlijk eigenzinnige selectie samen. Niet moeilijk als je samen meer dan 400 voorstellingen op jaarbasis bekijkt. Dan kies je niet voor the middle of the road, maar eerder voor voorstellingen met een hoek af. Otaku van Joost Vandecasteele is er ook zo een. In vorm en en in inhoud.

Stand-upcomedy?

Hoe zou je deze voorstelling best kunnen omschrijven? Het is een monoloog, dat is zeker. Vandecasteele staat immers alleen op de scène. Alhoewel, de powerpointpresentatie achter hem lijkt wel een extra speler. Soms neemt die het als een soort Big Brother over van Vandecasteele, meestal illustreert de presentatie met grafieken, landkaarten en gegoogelde afbeeldingen het betoog van Joost.

In zijn inleiding kondigt Vandecasteele aan dat er zes moppen in deze Otaku (Japans voor "iemand met een obsessie") zitten. Wij hebben een klein veelvoud hiervan gelachen en gegniffeld. Is dit dan stand-upcomedy? Misschien, maar dan wel een soort die in niets lijkt op de grappen en grollen van zijn collega's. Vandecasteele vertelt immers over de onderwerpen die hem fascineren en irriteren en springt daarbij van de hak op de tak. Maar steeds is hij ontzettend bevlogen. Soms lijkt Otaku op een wetenschappelijke uiteenzetting van Dirk Draulans voor een breed publiek  - wat Vandecasteele waarschijnlijk niet echt een compliment zal vinden -, maar dan wel eentje waarbij niet Darwin, maar wel Vlaanderen, alle minderheidsgroepen, het internet en Vandecasteeles critici ervan langs krijgen.

Kunst en zaad

Door die veelheid aan onderwerpen of stijlen weet je niet goed welk punt Vandecasteele wil maken. Otaku laat je op zijn zachtst gezegd in verwarring achter, niet in het minst omdat je ook niet zeker weet of de feiten en onderzoeken waaruit Vandecasteele citeert wel kloppen. Zo is er bijvoorbeeld deze anekdote: In een stad in Nederland worden allochtonen verplicht om tussen de 3,2 en 4,5 km per uur te wandelen. Lopen ze sneller, dan lijkt het of ze wegvluchten van een diefstal. Slenteren ze echter trager, dan lijken ze hangjongeren. Bijzonder vermakelijke humor op de rand van het fatsoen, maar wat is er van waar? Deze constante verwarring houdt je op je hoede en zorgt er mede voor dat je geboeid blijft luisteren. Pas in het slot laat Vandecasteele zich helemaal gaan met een regen aan sciencefictionhypotheses over deze planeet.

Deze no-nonsensevoorstelling heeft dus duidelijk een impact op het publiek (wat jurylid Karel Van Haesebrouck als criterium vooropstelde). Wat je van Otaku overhoudt, is echter minder duidelijk. Het belangrijkste punt dat Vandecasteele verdedigt, lijkt de vrijheid van meningsuiting te zijn. De sterkste scène is dan ook die waarin hij mails en reacties van zijn critici projecteert (o.a. naar aanleiding van een column op Radio 1), en de interne tegenstrijdigheden hierin blootlegt. Ook raak zijn de quotes over hoe ongehoord de bij momenten rechtse moppen wel niet zijn in een "kunstbunker" als de Bourla "waar er al eens een allochtoon is gepasseerd, in '87". Daartegenover staan dan weer de vele seksuele vergelijkingen en de lange uitwijding over Vandecasteeles zaad, die niet grappig en niet relevant zijn, en enkel lijken te willen choqueren.

28 augustus 2010