73 weken. Zolang staat Taal is zeg maar echt mijn ding van cabaretière en schrijfster Paulien Cornelisse al in De Bestseller 60, de wekelijkse lijst van best verkochte boeken in Nederland. Het lijkt er ook niet op dat ze die lijst snel zal verlaten, aangezien ze nog steeds op plaats dertien staat. Dit boek is met andere woorden "hot in Holland".
Taal is zeg maar echt mijn ding is een verzameling van Cornelisse's schrijfsels in het Nederlandse dagblad nrc.next, de Wereldomroep en het magazine Jan. Wat je dus niet van dit boek moet verwachten, is een aaneensluitende verhaallijn over hoe de menigte taal wel of juist niet zou moeten gebruiken. Wie echter wel in is voor een boek met korte columns over haar taalkundige bevindingen, zit aan het juiste adres. Cornelisse observeert ons taalgebruik en maakt er een heuse analyse van zonder daarbij een "how to" te geven of lezers persoonlijk met de vinger te wijzen. De onderwerpen waarover ze schrijft zijn dan ook uit de werkelijkheid gegrepen, met erg veel herkenbare situaties en linguïstische kwesties.
Merkwaardig
Buiten dagdagelijkse onderwerpen biedt het boek ook enorm veel leuke wist-je-datjes, zoals het werkwoord lynchen: dat komt van een man die William Lynch heette en zelf nogal goed was in lynchen. Alsook meneer Charles Boycot, die zelf geboycot werd. Toch probeert Cornelisse ons met dit boek vooral te laten nadenken over ons eigen taalgebruik. Ze staat onder andere stil bij het feit dat ontkleuren ergens de kleur uithalen is, maar dat ontbijten dan weer net beginnen met bijten is. Of dat Sinterklaas de enige persoon is die over zichzelf mag spreken in de derde persoon zonder dat het walgelijk, kinderachtig of bevreemdend wordt. Evenals dat we in voetbal wél 'Wij hebben gewonnen!' zeggen over de nationale ploeg, maar steeds "zij hebben verloren".
Ook opvallend bij het lezen van dit boek zijn de verschillen tussen de Nederlandse en Vlaamse woordkeuze. Zo suggereert het boek dat "sex" met lust te maken heeft, waar "seks" eerder met geslachtsziekten van doen heeft. In het Vlaams is "sex" echter het vulgaire, afstandelijke woord en "seks" de aantrekkelijkere formulering. Verder komen er in de columns ook bekende Nederlanders ter illustratie voor. Nu is het voor een Belg moeilijker om zich bij deze persoonlijkheden een bepaald spraakgebruik voor te stellen, maar een echt struikelblok vormt het gelukkig niet.
Kortom, Cornelisse bruist van verfrissende gedachten over de omgang met taal. En daarbij maakt ze zelf gevatte en spitsvondige tekeningen bij haar columns. Een leuk boek voor iedereen die niet de tijd heeft om uren aan een stuk te lezen (zo gaat dat tegenwoordig), maar die het wel ziet zitten om zo nu en dan eens een scherpzinnig doch gemakkelijk te verteren stukje over de Nederlandse taal te lezen.



