(Wan)hoop volgens Paul Auster

5
Sunset Park
Paul Auster

Een groep mensen probeert er het beste van te maken in een kraakpand in New York en een uiteengevallen familie zoekt terug contact met elkaar. Met Sunset Park schrijft Paul Auster een bloedmooi verhaal, waarin wanhoop danst met hoop. En hij bewijst waarom hij één van de beste Amerikaanse schrijvers van zijn tijd is.

Sunset Park is - zoals we wel konden verwachten - Paul Auster op z'n best. De auteur voert een handvol personages en verhaallijnen op die hij, naarmate het boek vordert, vakkundig in elkaar vlecht. Zoals dat wel vaker het geval is in het werk van Auster, is dit verhaal tot in de leestekens toe doorspekt van melancholie, heimwee naar het verleden en hoop op een betere toekomst. En het Amerika uit 2008, met een economische crisis die volop woedt, is hier de perfect gekozen achtergrond voor.   

Op de vlucht

Min of meer centraal in Sunset Park staat de 28-jarige Miles Heller, een boekenuitgever, vervreemd van zijn gescheiden ouders, die worstelt met zijn tweede huwelijk en een wispelturige Hollywoodactrice. Miles is verliefd op de 17-jarige Cubaanse Pilar. Uit vrees voor Pilar's zus, die de illegale relatie dreigt aan te geven, vlucht Miles van Florida naar New York. Daar kraakt hij met onder andere een idealistische jeugdvriend en een naar seks hunkerende kunstenares een vervallen huis tegenover een kerkhof.

Ongelukkige mensen die een weg proberen te vinden in hun leven, het leven in New York, een cynische kijk op Amerika: het zijn ingrediënten waar Paul Auster al eerder prachtromans mee boetseerde, zie vooral Brooklyn Dwaasheid. In die zin is Sunset Park geen opmerkelijke uitzondering in het oeuvre van de auteur. Wat het wel is, is een meeslepend en een tegelijkertijd zwaarmoedig als hoopvol boek van een schrijver die vloeibare schoonheid als inkt gebruikt.

21 januari 2011