Saaie liefde

2
Het ontstaan van de hoofse liefde
Benjo Maso

Benjo Maso beschrijft hoe stoere ridders in de twaalfde eeuw langzaam maar zeker evolueerden naar volmaakte gentlemen.

Vanaf het einde van het Romeinse Rijk tot het einde van de elfde eeuw werd er in de literatuur nauwelijks gesproken over de liefde. Integendeel, mannelijke personages in boeken mochten vooral niet te zeemzoeterig doen over liefde of vrouwen, of het waren geen echte mannen meer.

Een echte man, dat was een edele of een ridder die ten strijde trok tegen die duivelse Saracenen, onderweg wat machopraat uitkraamde en desnoods sneuvelde terwijl zijn laatste gedachten uitgingen naar zijn koning of het vaderland. Een ridder die tijdens de strijd dacht aan zijn geliefde, dat was nog eens een echte sissy. In de twaalfde eeuw veranderde dat geleidelijk aan. Opeens mochten mannen in de literatuur hun gevoelens tonen, welgemanierd zijn, hun zachte kant laten zien en een dame aanbidden. In Zuid-Frankrijk ontstond een geheel nieuw genre: de hoofse roman. Benjo Maso onderzoekt in Het ontstaan van de hoofse liefde hoe deze plotse maar belangrijke evolutie tot stand kwam.

Moeilijk verteerbaar

Wie in dit boek stomende fragmenten over de driehoeksverhouding Arthur - Guinevere - Lancelot verwacht, komt bedrogen uit. Het ontstaan van de hoofse liefde is een wetenschappelijk, gortdroog werk. De lange, academische hoofdstukken zullen de lezer die louter wat ontspanning zoekt, zeker afschrikken. Daarbij komt dat het eerste hoofdstuk zowat onverteerbaar is. Ook de andere hoofdstukken vergen behoorlijk wat doorzettingsvermogen, maar zijn wel interessanter. Je leert heel wat bij over de middeleeuwen: de positie van vrouw, de algemene visie op liefde, de evolutie van de toen populaire literatuur, het onderscheid tussen de sociale klassen, zelfs de leefgewoontes van een vorst komen aan bod.

Schokkend is dat de gewone man (van de derde stand) niet in staat werd geacht lief te hebben en dat er ook toen al een dubbele moraal heerste: een man die een vrouw (desnoods de echtgenote van een ander) "veroverde", was een echte kerel, een vrouw die haar maagdelijkheid verloor voor het huwelijk bezoedelde de reputatie van de hele familie, en een ontrouwe echtgenote verdiende het eigenlijk om de neus afgesneden te worden. Dat soort zaken doet denken aan de taliban. Vreemd genoeg werden vrouwen wel gezien als ongeremde, wellustige wezens, die altijd en overal seks willen - vandaag de dag zal dat toch eerder beweerd worden over de man.

Het ontstaan van de hoofse liefde is een leerrijk, maar helaas een eerder saai werk. Het is de boekhandelversie van het proefschrift van een socioloog en dat merk je. Hoewel er vele interessante zaken in het werk staan, blijft dit toch vooral voer voor historici en romanisten.

26 januari 2011