De Turks-Italiaanse regisseur Ferzan Ozpetek vliegt uit de bocht met zijn kroniek van een aangekondigde coming-out.
De familie Cantone runt in Puglia, Italië, een goed geöliede pastafabriek. Als de tijd rijp is voor de twee zoons om de fakkel van de pater familias over te nemen, rijzen er een paar onverwachte problemen. Tommaso, een homoseksuele schrijver die al enige tijd in Rome woont, heeft hoegenaamd geen behoefte aan saaie meetings over de vorm van de nieuwste pasta. Toch houdt hij de schijn op dat hij in Rome economie studeert, en vriendinnetjes bij de vleet heeft. Wanneer hij zijn coming-out plant tijdens een businessdiner thuis, is zijn oudere broer Antonio hem echter voor. Antonio bekent aan zijn vader zijn voorkeur voor Italiaanse binken, en wordt prompt de straat op gegooid. Vader Vincenzo is door dit nieuws tijdelijk buiten strijd ten gevolge van een hartaanval en de leiding over de fabriek komt bij Tommaso terecht.
Kitsch-'n-camp
Tot hiertoe schetst Ozpetek met deze film een degelijk familieportret, waarin iedereen zijn geheimen koestert en angstvallig verborgen houdt voor de anderen. De dinerscène waar Antonio uit de kast komt is meteen ook het hoogtepunt van de film, want nadien wordt een heel andere weg ingeslaan.
Met het bezoek van enkele van Tommaso's vrienden uit Rome aan het ouderlijke huis gaat het de campy toer op, en de pogingen daartoe zijn op z'n minst twijfelachtig te noemen. Drie relnichten zuigen alle gravitas uit de problemen van de familie en dartelen vrolijk door het Italiaanse platteland in strakke mouwloze shirts. Er wordt meer van outfit gewisseld dan in Sex and the City. Tot slot breit Ozpetek er nog snel een catharsis aan voor alle betrokkenen, maar ondertussen kan het ons niet veel meer schelen. Mine Vaganti (letterlijk: losgeslagen projectielen) ging al na vijftien minuten steil bergaf.



