Portable Life is eens iets anders dan de zoveelste glad gepolijste Vlaamse prent genre Loft of Zot van A. Dit eigenzinnige buitenbeentje sleurt je genadeloos mee in een labyrint van beelden. Voor de liefhebber van de experimentele film.
Portable Life is het semiautobiografische verhaal van de Vlaams-Nederlandse kunstenares Fleur Boonman. Deze eigenwijze fotografe trok op haar negentiende de wijde wereld in en baseerde meer dan tien jaar later haar eerste echte langspeler op de ongewone ervaringen van haar coming of age-reis.
De zeventienjarige Sea (Ella-June Henrard) holt haar dromen achterna en zwerft doelloos de wereld rond op zoek naar zichzelf. Onderweg komen allerlei herinneringen bovendrijven en ontmoet ze verschillende mensen die haar leven een drastische wending geven. Dat nomadische bestaan, zowel over land als in gedachten, is zowat de rode draad doorheen de film, gesymboliseerd door de zigeunergemeenschap en het circus.
Visuele maalstroom
Op het eerste gezicht hoort deze road movie annex visuele ode aan de droom en de hallucinatie eerder thuis op een avant-gardefilmfestival dan in een bioscoop. Meer dan eens verliest de prent zich in een opeenstapeling van poëtische en fotografische beelden en een spel met compositie en focus. De dialogen zijn dun gezaaid en ook de bezwerende voice-overs zijn op een hand te tellen.
Toch heeft deze filosofische prent stukken meer verhaal dan de gemiddelde arty productie. Dat maakt, samen met enkele beelden van een adembenemende schoonheid, dat Portable Life best te genieten valt. Deze hallucinante roadtrip sleurt je mee in een visuele maalstroom, maar het blijft soms zwemmen om het hoofd boven water te houden.



