Selfmade Rainman

4
Het Geheugenpaleis: de vergeten kunst van het onthouden
Joshua Foer

In Het Geheugenpaleis graaft Joshua Foer in onze grijze massa naar het mysterie rond onthouden en vergeten.

Hoeveel cijfers na de komma kan jij opsommen van het getal pi? Hoe vaak hoor je bij een nieuwe ontmoeting iemands naam en ben je hem gelijk weer vergeten of vergeet je waar je je sleutels hebt gelegd? Ons geheugen lijkt bij momenten meer een zeef, dan een efficiënt hulpmiddel. Hoe komt het dan dat anderen er net zo goed in blijken te zijn? Mensen die honderden of duizenden cijfers schijnbaar zonder moeite kunnen memoriseren.

In de leer bij Ed Cooke

Is iedereen in staat zo’n hersenprestaties te leveren? Over deze vraagt buigt auteur Josha Foer (Ja, broer van!) zich in zijn eerste boek. Hij wordt geprikkeld door die vraag wanneer hij als journalist een geheugenkampioenschap bezoekt en geheugenatleten ontmoet die bewonderenswaardige dingen met hun brein aanvangen, maar eigenlijk heel gewoon lijken. Sterker nog, uit onderzoek blijkt dat ze niet per se slimmer zijn of een hoger IQ hebben dan gewone mensen. Zou hij dit ook kunnen? Wat begint als een gezonde dosis interesse en scepticisme, mondt uit een geweldige competitiedrang aan Foers kant om een stevige prestatie neer te zetten op de Amerikaanse geheugenkampioenschappen het jaar erna.

Zo gaat Foer in de leer bij Ed Cooke, de geheugenatleet bij uitstek. Hij leert hem de techniek van Het Geheugenpaleis kennen, een techniek die reeds opgetekend werd in Rhetorica ad Herennium, een filosofisch traktaat dat in de eerste eeuw voor Christus verscheen, maar vandaag nog steeds springlevend blijkt te zijn. Het principe is eenvoudig: je beeldt je een ruimte in die je goed kent, doorloopt de ruimte en plaatst bij iedere kamer een herinnering. Hoe gekker en vunziger je die maakt, hoe beter te onthouden. Foer blijkt hier bijzonder creatief in te zijn, want als hij het jaar daarop zelf aan het Amerikaanse kampioenschap meedingt, wint hij tot ieders verbazing.

Ervaringen en interviews

Het geheugenpaleis is geen praktisch boek (of een "hoe train ik mijn geheugen"-boek) geworden, maar een interessant samenraapsel van beschrijvingen, eigen ervaringen, interviews met mensen met bijzondere geestelijke vermogens - ja, ook met de echte rain man Kim Peek himself - en het tegenovergestelde, zij met het geheugen als een zeef. Het bevat ook traktaten rond de geschiedenis van het leren en memoriseren, twee zaken die vroeger onlosmakelijk met elkaar verbonden waren. Maar die nu, dankzij het verspreiden van media waarop we onze informatie kunnen opslaan, totaal niet meer van belang zijn. Foer ontdekt beetje bij beetje het belang hiervan, niet in het minste door zijn eigen ervaringen in de geheugenkunst.

Het resultaat is een plezant, informatief boek. Daar heeft Foers vertelstijl en inlevingsvermogen (hij heeft zich in een heel jaar in de geheugenkunst verdiept) ook veel mee te maken. Enthousiast en vol humor beschrijft hij zijn ervaringen, waardoor het nooit saai of langdradig wordt. Een aanrader als je van non-fictie houdt. Of zoals The Washington Post het zo cynisch mooi omschrijft: "Een onvergetelijk boek".

12 oktober 2011