Verandering van spijs doet eten. Nadat Wilco in 2001 het label Reprise verliet en naar concurrent Nonesuch trok brachten ze amper een jaar later hun magnum opus Yankee Hotel Foxtrot uit. Voor hun achtste langspeler The Whole Love besloten Jeff Tweedy en co om zelf achter de knoppen te gaan zitten.
En met succes: na de ontgoocheling die hun twee vorige worpen Sky Blue Sky en Wilco (The Album) veroorzaakten heeft het zestal eindelijk terug het recept gevonden voor folkrock van de bovenste plank.
Wilco zomaar in het hokje van de folkrock duwen, is het sextet te weinig eer aandoen. Het bewijs hiervoor leveren de mannen uit Chicago in het zinsverbijsterende openingsnummer Art of Almost. Wat begint als electropop à la Radiohead in het post-OK Computer-tijdperk mondt uit in een psychedelische trip waarbij gitarist Nels Cline het LSD-vloeitje als het ware op je tong legt.
Synthlijnen en luchtgitaar
Ook Standing O is een atypisch Wilco-nummer. Synthlijnen zijn niet uit den boze en ook de luchtgitaar kan meermaals bovengehaald worden. Toch is The Whole Love een plaat die het moet hebben van de downtempo indiepopnummers waarin Jeff Tweedy zijn innerlijke demonen kan verdrijven. Meer dan een akoestische gitaar, enkele strijkers en de breekbare stem van de Wilcofrontman is er niet nodig om weg te dromen met het wondermooie Black Moon.
Ook Open Mind blinkt uit in zijn eenvoud. “I’ll throw myself underneath the wheels of any train of thought”, fluistert Tweedy. En dat is waar het om draait bij Wilco: de train of thought van Tweedy. The Whole Love zit muzikaal strak in elkaar maar het zijn de innemende en de spitsvondige teksten van de Wilcozanger die het aantal luisterbeurten danig de hoogte intrekken.
Geniaal slotnummer
De pièce de résistance van The Whole Love is ongetwijfeld het slotnummer One Sunday Morning. Twaalf(!) minuten van ingetogen pracht die geen gitaarsolo’s, hoogopgetrokken walls of sound of tempowisselingen nodig hebben. Een Wilco-optreden is voortaan niet compleet zonder dit nummer als afsluiter. Genieten met de ogen dicht, het hoofd lichtjes knikkend en de gedachten ergens heel ver weg. Wij durven zelfs zo vrijpostig te zijn door te zeggen dat The Velvet Underground een concurrent heeft gevonden in de categorie "mooiste nummer over de meest luie ochtend van de week".
Of Yankee Hotel Foxtrot een concurrent heeft gekregen als beste Wilcoalbum durven we niet te zeggen. Maar het is duidelijk dat Wilco na zeventien jaar de goesting helemaal heeft teruggevonden en dat er de volgende jaren nog veel moois uit The Windy City verwacht mag worden.



