
Jong bloed is in de Vlaamse Opera nu ook op de scène een feit: hooggestemde idealen worden nagejaagd.
Het concept revolutie spreekt tegenwoordig erg tot de verbeelding en dat resulteert in een uiterst vruchtbaar podiumlandschap. Vooral de Vlaamse Opera betoont zich geëngageerd en zette onder andere een jongerenproject op touw dat het revolutionaire gebeuren als onderwerp neemt.
In tussentijd is een geuzenopera, waarvan het verhaal zich simpel laat samenvatten: mensen worden onderdrukt en verdragen dit niet langer. Wat volgt is een opstand, die een totale kentering teweegbrengt in de machtsverhoudingen. Het land leiden is echter minder eenvoudig dan het lijkt, en de nieuwe heersers vallen ten prooi aan de fouten van hun voorgangers... Dit alles wordt gekruid met de zoete smaak der liefde, die de protagonist dwingt om een keuze te maken tussen zijn idealen en het lieve meisje dat hem adoreert. De Spaanse bezetting van de Nederlanden vormt de achtergrond van het verhaal, waardoor dit jongerenproject verbonden is met Donzetti's Le Duc d'Albe, de recentste productie van de Vlaamse Opera. Echt essentieel is die historische context echter niet.
Aaneenrijging van protestliederen
Grasduinend in de vele noten van onze muziekgeschiedenis ontdekten regiseusse Victoria Pfortmüller en dirigent Bart Van Reyn heel wat protestliederen die dit verhaal kracht konden verlenen. Mozart, Bach en Händel passeren de revue. Maar ook The Doors, Jacques Brel en The Statler Brothers zijn present. Een gewaagde mengelmoes die bij sommigen enige terughoudendheid oproept, maar die geen probleem vormt voor de op avontuur beluste luisteraar (waarom Mozart niet opfleuren met het akkoord van een elektrische gitaar?).
Break on Through to the Other Side zingen zonder stemversterking doet echter wenkbrauwen fronsen: de drum overstemt de zang al te luidruchtig. Vreemd dat Bart Van Reyn, die nochtans vorig jaar de Mattheuspassie in het PSK dirigeren mocht, dit niet opmerkte. Verder stemmen zijn arrangementen tot tevredenheid; met een vioolkwartet, contrabas, accordeon, percussie en een elektrische gitaar tovert hij heel wat moois uit zijn mouw.
Vergalopperende zangers
Op de Bühne staan hoofdzakelijk jonge zangers, die zich de meest fantastische werken aanmeten, maar zich daarin algauw vergalopperen. De twee Mozartaria's worden te grotesk gebracht: Leporello is aan het begin van Don Giovanni weliswaar erg verontwaardigd dat hij zijn meester door weer en wind dienen moet, maar de bariton die de aria zingt, vergeet even dat muziek voor Mozart ten allen tijde mooi moest blijven, en niet vatbaar is voor al te karikaturale interpretaties.
De contratenor van dienst krijgt een aria uit Händels Orlando, maar zijn prestatie is niet te vergelijken met het zangtalent van Bejun Mehta, die onlangs in De Munt de titelrol van Orlando vertolkte.
Het Erbarme dich van Bachs Mattheuspassie wordt gebracht door een sopraan, die zich naar behoren van haar taak kwijt, ook al bezit zij nog niet voldoende maturiteit om de vaste gast in Klara's Top Drie er in één schuldbewust gebaar uit te gooien.
De door violen ondersteunde accordeon (prachtige instrumentkeuze!) schept echter een broos, te koesteren moment. Het originele geuzenlied Slaet op de Trommele wordt gezongen met een heerlijke stem, gekleurd met een licht tintje van Wannes Van de Velde. Ook de Franse weemoed van het Brellied Les Vieux mag er zijn: als elegisch toonspel vormt het een erg ontroerende, realistische, van alle illusies verstoken afsluiter.
Een verdienstelijke regie
Deze muzikale mierenneukerij ten spijt valt er erg te genieten van de voorstelling: het is een sterkte dat de liederen niet vertaald werden, waardoor je soms (vooral bij de kranke Italiaanse zinnen) moeilijk vat kunt krijgen op wat er precies geëvoceerd wordt. Hierdoor verschuift de aandacht van tekst- naar sfeerwaarneming, wat de universaliteit van het stuk ten goede komt.
De scenografie is lang niet slecht: de onderdrukten zwoegen half in de grond, en de machtsverhoudingen worden hierdoor treffend geïllustreerd. Het podium heeft twee uitlopers, waarvan één bezet wordt door de aanzwepende geus, en een ander door de Spaanse hertog en zijn dienaar. Het orkest zit aan de zijkant en schrikt er niet voor terug ook het applaus te begeleiden met contrabas, drum en elektrische gitaar.
In tussentijd is een voorstelling waar de gevestigde operaliefhebber moeite mee kan hebben (het publiek mag bijvoorbeeld niet zijn zachtverende rode zitje innemen, maar krijgt een krakende stoel op de bühne zelf). Toch brengt zij een hoogst interessant concept naar voren, dat het waard is om bekeken te worden. En als je gaat, vergeet dan vooral niet te letten op het prachtige liefdesduet uit Händels Giulio Cesare, waarbij de sopraan en contratenor zich muzikaal verstrengelen.



